Zoeken

woensdag 17 januari 2018

Ook voor 2018 geldt: er zijn géén regels

Toen ik vorige week vrijdag een informeel praatje hield in de plaatselijke bibliotheek in het kader van de tweewekelijkse koffie-ochtend, werd ik door een van de aanwezigen vergeleken met een 'zendeling'. Blijkbaar is het voor buitenstaanders soms lastig om een onderscheid te maken tussen het verlangen je ervaringen te delen en de drang om mensen te bekeren. Daarom herhaal ik het nog maar eens: met mijn laatste zes boeken probeer ik mensen aan het denken te zetten en dat is heel wat anders dan dat ik mensen op andere gedachten probeer te brengen. Zelf geniet ik sinds mijn 55ste van een lekker vroeg vroegpensioen, maar dat betekent niet dat iedereen precies hetzelfde zou moeten doen. Op dezelfde manier betekent eerder stoppen met werken natuurlijk niet dat je vanaf dat moment ook nooit meer betaald werk mag verrichten.


Toen ik in 2008 mijn allereerste extra aflossing deed, beschouwde ik dat als een administratieve handeling met als enig doel de hypotheekschuld omlaag te brengen. Wat ik niet wist - en op dat moment ook niet kon weten - was dat dit het eerste piepkleine stapje was in een totaal andere richting. Pas gaandeweg ontdekte ik dat je bijna als vanzelf gaat nadenken over je pensioendatum wanneer je gaat morrelen aan de einddatum van de hypotheek. Op dezelfde manier begon ik te beseffen dat je door zuinig te leven en weinig te consumeren automatisch zuiniger omspringt met de planeet en de nog resterende grondstoffen.

Mijn boeken vormen het verslag van die ontdekkingstocht waarbij de ene stap onvermijdelijk leidt naar de volgende, al kun je het vanwege het autobiografische karakter net zo goed een zesdelige realitysoap noemen over aflossen, afbouwen en je ondertussen van alles afvragen. Dat maakt mijn leven tot een samenraapsel van nieuwe inzichten en niet tot een strakke leer waarvan niet mag worden afgeweken. Veel mensen hebben behoefte aan zo'n dichtgetimmerde doctrine vol voorschriften en straffen, maar daar is het mij nooit om te doen geweest. Het doel was in de eerste plaats om hypotheekvrij te worden en niet om me met handen en voeten te binden aan een verstikkend soort fundamentalisme.


Pas gaandeweg realiseerde ik me dat je je niet alleen bevrijdt van de bank wanneer je je hypotheek tot de laatste cent aflost, maar dat je daarmee ook je keuzevrijheid vergroot. Wanneer je merkt dat je als gezin rond kunt komen van de helft van je inkomen, hoef je in principe immers nog maar een halve week te werken en kun je plannen gaan maken voor later met een héél ander pensioeninkomen in je achterhoofd. Zo begon ik in 2008 met een fulltime baan en een tophypotheek en eindigde ik tien jaar later met een lege agenda en een plakbandpensioen. Aflossen doen we niet meer en sparen gaat spelenderwijs omdat er geen druk meer achter zit en geen financiële noodzaak. Dus mogen de teugels worden gevierd en kunnen er andere keuzes worden gemaakt.

Iets heel anders gebeurt er wanneer je fanatiek gezond gaat eten (orthorexia) of doorslaat in het verlangen zo groen mogelijk te leven (ecorexia). In die gevallen zijn het strenge regels die je leven bepalen, terwijl het mijn ervaring juist is dat de regels voortdurend veranderen wanneer je bepaalde stappen zet en vervolgens ontdekt dat sommige regels voor jou zelfs helemaal niet meer gelden. Je zou ook kunnen zeggen dat financiële vrijheid als vanzelf leidt tot geestelijke vrijheid, omdat je ontdekt dat alles ook heel anders kan dan je altijd hebt gedaan of gedacht. Toch is het voor sommige mensen waarschijnlijk veiliger en overzichtelijker als ze zich slechts binnen streng afgebakende grenzen mogen bewegen. Bovendien leidt een fundamentalistische leer al snel tot een gevoel van superioriteit richting mensen die minder fanatiek zijn en minder betrokken.


Zelf dacht ik dat de ontdekkingstocht wel zo'n beetje ten einde zou zijn nu de hypotheek bijna op nul staat en ik per week nog maar nul uur hoef te werken. In werkelijkheid blijkt hij nu juist in een soort stroomversnelling terecht te zijn gekomen, omdat opeens alles mogelijk is. Wie fulltime werkt zit in een vast stramien en kan geen kant op, terwijl ik letterlijk elke ochtend kan beslissen wat ik nu weer eens zal gaan doen. Niet iedereen snapt waarom ik vorig jaar meer dan honderd films in de bioscoop heb gezien, maar iedereen kan begrijpen dat je ineens een heel ander leven leidt en een totaal andere kijk op het leven krijgt wanneer je op 4 januari al vaker naar de bioscoop bent geweest dan de gemiddelde Nederlander in een heel jaar tijd.

Dat er sinds kort helemáál geen regels meer zijn, bleek toen ik in de kerstvakantie opeens thuiskwam met vijf platen van de Pointer Sisters. Kwam ik vroeger bij wijze van spreken alleen op de dansvloer als dat de kortste weg was naar de bar, nu besef ik opeens dat disco óók een soort jaren 70-muziek is. Op dezelfde manier heb ik nu pas ontdekt dat de Pointer Sisters weliswaar beroemd zijn geworden met discomuziek, maar daarnaast een breed scala aan country, blues, jazz, ballroom en rock hebben opgenomen (waaronder een spetterende cover van het Stones-nummer Happy). Dat is informatie die je ook op wikipedia kunt vinden, maar voor een onvervalste discohater als ik was het de zoveelste eye-opener op rij.

De euforie die dat bij mij veroorzaakte kon ik minder goed plaatsen dan de gefronste wenkbrauwen bij de overige gezinsleden die mij vooral kennen als liefhebber van scheurende gitaren. Dat veranderde toen ik gisteren in het AD een artikel las over ontrouw. Daarin staat dat vreemdgangers zich vaak extra 'levendig' voelen, omdat ze - ik citeer - 'hun eigen regels breken, iets doen wat ze van zichzelf nooit hadden verwacht. Ze ervaren vrijheid, macht, autonomie, of doen voor het eerst iets helemaal voor zichzelf.' Om precies hetzelfde gevoel te ervaren hoef je je partner dus helemaal niet ontrouw te zijn, maar is het vaak al voldoende om op muzikaal gebied vreemd te gaan en verraad te plegen aan de bank door je schulden tegen de afspraak in voortijdig af te lossen.

zaterdag 6 januari 2018

Nu de bitcoin door het plafond gaat, wil niemand meer back to basics

Naar de eerste aflevering van het nieuwe seizoen van het reisprogramma van Floortje Dessing keken vorige week 'slechts' 1,4 miljoen kijkers, terwijl vorig jaar soms het dubbele aantal afstemde op Floortje naar het einde van de wereld. Dat tegenvallende kijkcijfer kan met van alles te maken hebben, van de nieuwe huisstijl tot het feit dat ze wéér naar Alaska afreisde. Zelf denk ik dat de droom om alles achter te laten snel aan glans verliest nu de AEX door het plafond schiet, het aantal werklozen in rap tempo daalt en huizen als warme broodjes over de toonbank gaan. In een groeiende economie heeft een slinkend aantal mensen de behoefte om 'back to basics' te gaan op minimaal één dag varen afstand van de dichtstbijzijnde boodschappenwinkel. Liever proberen we snel geld te verdienen met risicovol beleggen zodat we alsnog die felbegeerde fluwelen sandaaltjes van 400 euro kunnen kopen.


Vanuit sociologisch oogpunt is het interessant om te zien hoe snel die ommezwaai heeft plaatsgevonden. Nog niet zo lang geleden was het consumentenvertrouwen tot een historisch dieptepunt gezakt, zaten we te sippen in onze onder water staande huizen en kon je in de krant lezen dat de totale werkloosheid (bijstand + WW) met een beetje pech op zou lopen tot 1 miljoen. Nu rijzen de huizenprijzen de pan uit, stoomt de AEX alweer aardig op richting het oude record van 700 punten en daalt de werkloosheid zo snel dat er in sommige sectoren al sprake is van krapte. Het gevolg is dat dat overdreven pessimisme plaats heeft moeten maken voor een bijna manisch enthousiasme en blinde hebzucht.

De voor de hand liggende verklaring is dat de overwaarde die het gevolg is van stijgende huizenprijzen mensen overmoedig maakt. Een woning van 3 ton hoeft op jaarbasis maar met 4% te stijgen om je op papier alweer twaalfduizend euro rijker te voelen. De meeste mensen slagen er niet in om elke maand 1000 euro opzij te zetten, maar op deze manier word je als het ware slapend rijk en verdien je er elk kalenderjaar een leuke virtuele nieuwe auto bij. Dat percentage van 4% noem ik ook zomaar, want in het eerste kwartaal van 2017 steeg de gemiddelde huizenprijs met een overtuigende 9%. Zie dan maar eens het hoofd koel te houden als huiseigenaar, zeker als je aandelenportefeuille het ook nog eens prima doet.


Het gevolg van die positieve berichten, is dat iedereen een graantje mee wil pikken van al dat geld dat als het ware uit de lucht komt vallen. Het verlangen om op een houtje te gaan bijten in een blokhut op drie dagen reizen van de beschaving verschrompelt snel als je op verjaardagen hoort dat de buurman zijn huis heeft verkocht met een ton winst en in de krant kunt lezen dat er cryptomunten zijn die een paar duizend procent rendement opleveren. Zelfs een vakantiehuis in de verhuur brengt al snel honderd keer zoveel op als een standaard spaarrekening waarvan de rente feitelijk al op nul staat en de bank aan het einde van het jaar alleen voor de vorm nog 0,05% uitkeert. Voor wie niet kan rekenen: dat is 5 euro bij een spaarsaldo van 10.000 euro.

Afgelopen woensdag las ik in De Volkskrant een leuk verhaal van schrijver Daan Heerma van Voss die voor 10.000 dollar één hele bitcoin kocht en vervolgens in de achtbaan plaatsnam voor de rit van zijn leven. Zijn verhaal is herkenbaar, want ik heb zelf ook wel eens een tijdje in aandelen belegd. Dat lijkt een leuk spelletje, maar ik volgde al snel neurotisch het koersverloop en raakte besmet met een ongezond soort hebzucht dat ik niet per se als een verbetering van mijn persoonlijkheid beschouwde. Bovendien ontdekte ik dat je het bijna alleen maar verkeerd kunt doen: of je verliest geld doordat de aandelen in waarde dalen of je loopt winst mis doordat je stijgende aandelen te snel verkoopt. Zo zullen er maar weinig Bitcoin-beleggers zijn die koelbloedig de hele rit van 30 eurocent naar 20.000 dollar hebben uitgezeten.


Zelf houd ik me tegenwoordig verre van al deze vormen van speculeren, niet zozeer uit principe maar omdat ik niet zo goed weet waar ik nog voor zou moeten sparen nu de hypotheek bijna op nul staat en ik op mijn 55ste al officieel met vroegpensioen ben gegaan. Ook Daan Heerma van Voss kan mij niet op andere gedachten brengen, want hij gebruikt de winst vooral om fluwelen sandalen van 400 euro te kunnen kopen voor zijn vriendin of te dagdromen over verre reizen naar Madagascar of Vuurland. Ik weet eerlijk gezegd niet eens waar dag precies ligt, nog los van het feit dat we het rare weer van de laatste jaren misschien wel te danken hebben aan het verlangen om steeds verder te vliegen om er eens eens echt helemaal uit te zijn.

Dat is een interessante paradox: dat we het normaal vinden om 15.000 euro p/p te besteden aan een cruise naar de Zuidpool in de hoop een paar verdwaalde pinguïns te zien zwemmen, maar dat we tegelijk geen zin meer hebben om in een uithoek van de aardbol een simpel en stressvrij bestaan te leiden. Volgens de media gaat het in 2018 onveranderd om ontspullen, maar ik denk dat dat in de praktijk vooral betekent dat we luxe artikelen inruilen voor nog luxere vakanties. In dezelfde bijlage van De Volkskrant las ik een autotest van een auto van bijna 4 ton die 1 op 6 rijdt en een pussymagnet van jewelste blijkt. Dat kan ironisch bedoeld zijn, maar ik denk eerder dat de meeste mensen liever fantaseren over die Ferrari met een topsnelheid van bijna 350 km/u dan over de gele Fiat Panda diesel waarmee ik in 2008 mijn aflosavontuur begon.

zondag 24 december 2017

Dus... als je eerder stopt met werken, ga je ook eerder dood?

Afgelopen week werd ik door verschillende mensen attent gemaakt op een bericht uit het Algemeen Dagblad waaruit zou blijken dat je een grotere sterftekans hebt wanneer je eerder stopt met werken. Op zich was dat oud nieuws, want De Volkskrant publiceerde vijf jaar geleden al een soortgelijk bericht met een vrijwel identieke kop. Groot verschil is dat het nieuws toen tussen aanhalingstekens stond, terwijl het nu werd gebracht als een vaststaand feit. Kun je dus maar beter zo lang mogelijk doorwerken, zeker omdat we gemiddeld toch steeds langer leven? Of is het de moeite waard om eerst eens goed te kijken over wat voor soort feiten we het hier precies hebben?


Zoals bekend ben ik juist aanhanger van het adagium dat je nooit te jong bent op te stoppen met werken en gruw ik van het idee om te moeten doorwerken tot de doodgraver je op je laatste werkdag naar buiten komt dragen. De suggestie dat 'we' allemaal steeds langer leven, is een gemiddelde waaraan totaal geen rechten kunnen worden ontleend. Bovendien zijn die cijfers grotendeels gebaseerd op de levensverwachting van de generatie die juist nog wél met de VUT kon. Het zou dus best kunnen dat we in de nabije toekomst juist korter leven omdat we op ons tandvlees door moeten buffelen tot we zeventig zijn.

Afgaande op de berichten in De Volkskrant en het Algemeen Dagblad is dat een misvatting, zeker als je alleen de kop leest. Vroegpensioen heet in de VK zelfs een 'kiss of death': in plaats van een gouden handdruk, krijg je een handshake van Magere Hein. Langer doorwerken houdt je gezond en actief en houdt je op die manier ook in leven. Wie stopt met werken, stopt al snel ook met ademhalen of in elk geval sneller dan zijn ex-collega's die nog wel elke dag fluitend naar kantoor gaan. Zo bekeken heb ik de fout van mijn leven gemaakt door op mijn 55ste al min of meer een punt te zetten achter mijn loopbaan als journalist.


Wie al die berichten aandachtig leest, ziet echter al snel dat er geen enkel direct oorzakelijk verband is tussen het stoppen met werken en een grotere sterftekans. Het probleem is eerder dat mensen 'genieten' associëren met ongezond eten, alcoholconsumptie en lekker onderuitzakken op de bank met hun benen omhoog. Je hebt geen grotere sterfkans omdat je niet meer elke dag naar kantoor gaat, maar omdat je te veel drinkt, te veel en te vet eet en te weinig beweegt. Omgekeerd gaan al die popsterren ook niet dood op hun 27ste omdat ze het verkeerde beroep hebben gekozen, maar omdat ze de druk niet aankunnen en te veel rotzooi slikken.

Wie stopt met werken, moet zichzelf dan ook meteen een stappenteller cadeau doen. Op die manier kun je precies zien of je inderdaad net zoveel beweegt als je jezelf wijs probeert te maken. Zelf loop ik inmiddels een paar weken met zo'n ding in mijn broekzak en daardoor weet ik dat je aardig je best moet doen om aan het gewenste gemiddelde van 10.000 stappen te komen. Met een lui dagje op de bank kom je niet eens aan de 3000 stappen, dus je kunt wel nagaan wat er gebeurt wanneer je na je vroegpensioen van élke dag een lekker luie dag maakt. Het zou interessant zijn om nog eens een dag naar kantoor te gaan met die stappenteller in mijn zak, maar ik vermoed dat ik toen een stuk minder bewoog dan wanneer ik straks in maart voor het eerst het gras weer ga ga maaien.


Voor mensen die nog wel (moeten) werken, is het natuurlijk troostrijk om dat soort berichten in je favoriete ochtendkrant tegen te komen. Zelf zocht ik echter tevergeefs naar concrete cijfers, want ik was wel benieuwd met hoeveel maanden of zelfs jaren je je leven nou precies bekort door de handdoek in de ring te gooien. Zou je precies een jaar korter leven als je een jaar eerder stopt met werken of is dat verband veel minder schokkend en lineair? Veel concreter dan de uitspraak dat vroeggepensioneerden 'vaak eerder' dood gaan, wordt het niet dus je kunt het bijna komkommernieuws in de kerstperiode noemen. Persoonlijk schrik ik meer van de rekensom dat je als man op je AOW-leeftijd nog ongeveer dertien jaar te leven hebt, terwijl ik diezelfde dertien jaar er straks op mijn echte pensioendatum al op heb zitten.

Van mij mag iedereen zo hard en zo lang blijven werken als hij zelf wil, want het kiezen van de ideale pensioendatum is maatwerk en hangt van heel veel verschillende factoren af. Het gevaar bestaat echter dat mensen zich op het verkeerde been laten zetten door dit soort krantenberichten die je meer als verstrooiing kunt zien dan als vaststaande feiten. Je hebt er geen idee van hoe vaak ik de laatste tijd te horen krijg dat aflossen geen zin meer heeft nu de Wet Hillen wordt afgebouwd of zelfs in je eigen nadeel zou werken. Tel je die twee zaken bij elkaar op, dan zou je abusievelijk kunnen gaan denken dat je jezelf geen grotere dienst kunt bewijzen dan door fulltime door te buffelen tot je pensioendatum met in je kielzog een geheel aflossingsvrije hypotheek.

woensdag 13 december 2017

In 2018 ben ik alweer 10 jaar aan het aflossen

Begin volgend jaar geef ik in de bibliotheek van Kerkrade een lezing over mijn boek Hypotheekvrij! Hoewel ik de laatste tijd vooral gevraagd wordt om te komen spreken over eerder stoppen met werken, beschouw ik dit als een mooie gelegenheid om de balans op te maken. In 2018 is het namelijk precies tien jaar geleden dat ik het besluit nam om versneld te gaan aflossen op onze hypotheek. Sindsdien is er heel veel veranderd, niet alleen in mijn persoonlijke leven maar ook als het gaat om wetgeving en de manier waarop we als maatschappij aankijken tegen zaken als schulden en overwaarde. Strikt genomen moet ik nog tot 1 november wachten op het tienjarige jubileum, maar toch schrik ik er bijna van hoe snel de tijd verstrijkt.


Natuurlijk ben ik niet de eerste die vaststelt dat de tijd vliegt, zeker niet wanneer je al aan de tweede helft van je leven bent begonnen. Als schrijver heb je dan tenminste nog het voordeel dat je een tastbaar bewijs overhoudt aan het feit dat er alweer 12 maanden zijn verstreken. Wat dat betreft vormen de boeken in mijn  kast een soort tijdlijn, met aan elke titel een jaartal gekoppeld en een achterliggend verhaal. Tussen Het Mysterie van Montalcino (2008) en Hypotheekvrij! (2012) zit bijvoorbeeld een opvallend gat van vier jaar, terwijl er sinds 2012 met de regelmaat van de klok precies elk jaar een nieuw boek verscheen.

Zo is 2008 het jaar waarin ik mijn laatste thriller publiceerde, maar ook het moment waarop ik mijn allereerste extra aflossing deed. De kredietcrisis had me wakker geschud en een dreigende reorganisatie op mijn werk deed me beseffen dat ik mijn pensioendatum niet zou gaan halen in loondienst. Eigenlijk had ik vanaf dat moment maar één doel: korte metten maken met de aflossingsvrije hypotheek voordat ik mijn baan als journalist zou verliezen. Je kunt ook zeggen dat ik wilde voorkomen dat ik op straat zou komen te staan als ik op straat zou komen te staan. Dat verklaart waarom ik ben gaan aflossen 'alsof mijn leven ervan afhing': omdat dat in zekere zin ook zo was.


Trouwe lezers van mijn boeken weten dat ik het aflossingsvrije deel van de hypotheek (ongeveer 80.000 euro) precies wist weg te werken toen het tijdschrift waar ik voor werkte uit de markt werd gehaald en ik boventallig was geworden. Ik had inmiddels zelfs al helemaal hypotheekvrij kunnen zijn, als we tussendoor niet een stuk weiland achter ons huis hadden gekocht dat precies net zoveel moest kosten als het laatste stukje spaarhypotheek. In Leven van de lucht beschrijf ik hoe ik de looptijd van die lening met vijf jaar heb ingekort, zodat we met ingang van maart 2020 (dus al over iets meer dan twee jaar) niet alleen een hypotheekvrije achtertuin van ruim 500 m2 bezitten maar echt van alles af zijn.

De precieze details bewaar ik voor de bezoekers van mijn lezing in Kerkrade, maar het is geen geheim dat ik een aflospauze had ingelast op het moment dat Hypotheekvrij! vijf jaar geleden verscheen. In plaats daarvan zijn we gaan sparen met hetzelfde fanatisme waarmee we eerder korte metten maakten met het aflossingsvrije deel van de hypotheek, met als gevolg dat we al snel meer op de bank hadden staan dan we de bank schuldig waren. Wel heb ik vorig jaar nog een extra premiestorting van 6500 euro gedaan in bovengenoemde spaarhypotheek (tegen 6,9% rente, waarmee dat bedrag bijna 140 keer zoveel rendement oplevert als op een gewone spaarrekening).


Gisteren werd ik nog eens geconfronteerd met het feit dat de tijd vliegt, toen ik via Marktplaats een live-cd bestelde van John Lee Hooker bij iemand die mijn naam herkende. Hij bleek mijn boek over Meneer Melchior te hebben gelezen en dacht dat dat 'een jaar of vijftien geleden moest zijn geweest'. Dat leek me nogal een rare misrekening, tot ik besefte dat dat jeugdboek uit 2004 stamt en dus inderdaad alweer bijna veertien jaar oud is. Aan het bedrag dat resteert in het potje waaruit ik mezelf een 'basisinkomen' uitkeer, kan ik ook in één oogopslag aflezen hoe lang dat experiment aan de gang is. Van de oorspronkelijke 60.000 euro resteert nog 40.000, zodat ik inmiddels alweer twintig maanden leef van de lucht.

Natuurlijk kun je er ook op een heel andere manier naar kijken en bovenstaande verhaal aangrijpen om te onderstrepen dat het helemaal niet erg is om een tijdje op je tanden te bijten en de broekriem aan te halen. Wie tien jaar lang het maximaal toegestane boetevrije bedrag aflost op zijn hypotheek (meestal is dat 10%, maar soms ook meer) is na precies tien jaar van zijn hypotheek af. Dat lijkt lang, maar ik heb aan den lijve ondervonden hoe snel die periode voorbij gaat. Het aardige is dat je daar vervolgens nog de rest van je leven op alle mogelijke manieren van profiteert en zelfs nog éxtra als je je hypotheekvrije huis (en het compleet andere uitgavenpatroon waar je inmiddels aan gewend bent) gebruikt om minder te gaan werken of zelfs helemaal te stoppen.

woensdag 6 december 2017

Is die hoge hypotheekschuld misschien ook een beetje je eigen schuld?

Afgelopen week kwam mijn jongste zoon op een dag thuis van zijn grafische opleiding met de opdracht om de loonkloof in Nederland te vergelijken met de situatie in een van de ons omringende landen. Best een pittige klus, temeer omdat hij aan de les meteen ook een vertekend beeld had overgehouden. Zo moest ik hem bijvoorbeeld vertellen dat de salarisverschillen tussen M/V die in de statistieken steeds weer opduiken, natuurlijk niet betekenen dat een startende lerares in het onderwijs minder verdient dan een leraar met precies dezelfde opleiding en ervaring. Niks ten nadele van zijn opleiding verder, want hij monteerde na drie weken al een filmpje dat zó op televisie zou kunnen. Toch denk ik dat onderwijs meer gericht zou moeten zijn op het opleiden van kritische studenten dan op het klakkeloos en kritiekloos oplepelen van clichés. Daar heb  je later immers ook wat aan tijdens je eerste gesprek met een hypotheekadviseur.

Gisteren las ik een interessant opiniestuk van trendwatcher Adjiedj Bakas over de slachtoffercultuur die ten grondslag ligt aan zowel de zwartepietendiscussie als de #metoo-hype. Je hoeft het niet met hem eens te zijn, zolang je maar de moeite neemt om het hele stuk uit te lezen en even te laten bezinken. Bakas slaat met zijn analyses en voorspellingen wel eens de plank mis, maar het is niet zomaar zo dat ik in mijn boeken op verschillende plaatsen naar hem verwijs. Zijn verhaal sluit ook naadloos aan op het interview met 'opiniemaker' Marianne Zwagerman in De Volkskrant van vandaag.

Wat de twee met elkaar gemeen hebben, is dat ze afstand nemen van de heersende gedachte dat er in Nederland groepen zijn die structureel achtergesteld worden. Ze hebben óók met elkaar gemeen dat ze allebei succesvol zijn, niet snel bij de pakken neerzitten en van aanpakken houden. Het stempel 'rechts' ligt dan al snel op de loer, maar mensen die mijn boeken kennen weten dat ik me daar niet snel door laat afschrikken. Sinds Hypotheekvrij! probeer ik juist te laten zien dat je als burger vooral zélf moet blijven nadenken en ook dat je je bij alles moet afvragen of het klopt en of je het misschien ook van een heel andere kant kunt bekijken.


Zo kwam ik al snel tot de conclusie dat het vooral de banken zélf zijn die maximaal profiteren van de hypotheekrenteaftrek. Als huizenbezitter krijg je weliswaar een deel van de betaalde rente terug, maar de geldverstrekker ontvangt gedurende de gehele looptijd (en bij een aflossingsvrije hypotheek loopt die soms door tot je dood) het volle pond. Sindsdien ga ik door het leven met in mijn hand een soort 'bullshit-detector' die zin van onzin probeert te scheiden en die vaak veel bruikbaarder blijkt dan het zo populaire fact checken. Met die benadering open ik mensen soms de ogen, maar schop ik ook wel eens tegen schenen. Anders gezegd: je kunt niet iets zinnigs schrijven over de huizenmarkt zonder heilige huisjes omver te schoppen.

Dat maakt dat ik lastig in te delen ben voor vriend en vijand. Zo pleit ik in mijn boeken voor een oud feministisch ideaal waarbij mannen en vrouwen allebei even veel werken (lees: weinig) en daarnaast even veel tijd besteden aan huishouden en opvoeding. Na het schrijven van dit blog ga ik dan ook eerst mijn overhemden strijken en daarna boodschappen doen voor het avondeten. Tegelijk slaak ik een héél diepe zucht als ik in De Volkskrant lees dat zelfs gedragseconoom Henriëtte Prast tegenwoordig van mening is dat vrouwelijk en mannelijk gedrag niet is aangeboren maar aangeléérd. Dat is een populair standpunt, maar al tijdens mijn studietijd (circa 1980) leek me dat grote onzin. De waarheid ligt eerder ergens in het midden, zoals onlangs in de wetenschapsbijlage van diezelfde krant te lezen viel.


Veel interessanter is de vraag waarom dit soort kwesties zo hardnekkig zijn dat ze over honderd jaar waarschijnlijk nog steeds op de agenda staan. Bakas wijt dat deels aan de behoefte aan aandacht en subsidie: waar een 'probleem' is, staat immers altijd wel ergens een geldpotje klaar. Zelf denk ik dat het vooral heel menselijk en verleidelijk is om de oorzaken van foute beslissingen en eigen falen buiten jezelf te zoeken. Wanneer je ervan overtuigd bent het slachtoffer te zijn van structureel racisme of een onderdrukkend patriarchaat, zie je niet alleen in alles een bevestiging van je eigen gelijk maar kun je het ook aan het systeem of de maatschappij wijten als je achterop raakt, uitvalt of worstelt met tegenstrijdige gevoelens. Heel typerend is bovenstaand bericht van een jonge vrouw die de tabaksindustrie de schuld geeft van haar rookverslaving en daarom aangifte heeft gedaan van 'zware mishandeling'.

Zij begon op haar veertiende met roken tijdens een schoolfeest en kwam er vervolgens pas 'jaren later' achter dat je daar longkanker van kan krijgen. Je kunt ook zeggen dat ze bezweken is onder groepsdruk en wel heel erg met andere zaken bezig moet zijn geweest om niet te weten dat roken ongezond is. Als kattebelletje aan mezelf had ik boven het bewuste artikel met pen geschreven: 'slachtoffer of slappeling?' Een beetje kort door de bocht misschien, maar dat maakt wel meteen duidelijk dat ik vind dat je als mens in de eerste plaats zelf verantwoordelijk bent voor je eigen handelen. Dat geldt dus net zo goed wanneer je ooit uit overmoed een veel te hoge hypotheek hebt afgesloten om je pas jaren later eens goed te gaan verdiepen in de kleine lettertjes.

dinsdag 28 november 2017

Wie had een halfjaar geleden ooit van de Wet Hillen gehoord?

Natuurlijk kan de Eerste Kamer nog dwars gaan liggen, maar de kans is groot dat de in 2005 aangenomen Wet Hillen sneuvelt. Dat is jammer voor mensen met een hypotheekvrij huis - of mensen die hard op weg zijn naar een hypotheekvrij leven - vandaar dat deze maatregel in de wandelgangen al een 'aflosboete' is gaan heten. Het voornemen om deze wet te schrappen heeft de naamsbekendheid alvast wel vergroot, want ik ben erg benieuwd wat de uitkomst zou zijn geweest als je twaalf maanden geleden de straat op was gegaan met de vraag of mensen wel eens van de Wet Hillen hadden gehoord. Zelfs in mijn boek Hypotheekvrij! wordt er niet één keer naar verwezen.


Natuurlijk kun je dat zien als een gemis, want hoe kun je nu een boek schrijven over het (versneld) aflossen van je hypotheek, zonder even stil te staan bij het feit dat de bijtelling van het eigenwoningforfait komt te vervallen bij het wegstrepen van de schuld? Dat is geen onbelangrijk detail, maar in het totaalplaatje is het gerommel in de marge. Anders gezegd: ik ben in 2008 niet versneld gaan aflossen vanwege de Wet Hillen die drie jaar eerder van kracht werd, maar om heel andere redenen. Dat laat meteen ook zien dat ik precies dezelfde keuze had gemaakt als die wet niet bestond of als ik toen al had geweten dat hij alweer zou worden afgeschaft voordat ik zelf écht helemaal hypotheekvrij was.

In 2008 (en ook toen het het boek verscheen in het voorjaar van 2012) ging de discussie over heel andere zaken. Je kunt het je nu nog amper nog voorstellen, maar zelfs het feit dat je uit eigen beweging aan het aflossen was op je aflossingsvrije hypotheek zorgde op verjaardagen al voor verhitte debatten. Van alle kanten kreeg ik te horen dat je 'maximaal moest profiteren van de hypotheekrenteaftrek'. Verder verkeerden veel mensen in de veronderstelling dat je vermogensbelasting moest gaan betalen bij een hypotheekvrij huis en dat je altijd een boete kreeg als je eerder afloste. Ik zou zelfs heel snel blut zijn geweest als ik een ijsje had moeten kopen voor iedereen die serieus dacht dat je met een aflossingsvrije hypotheek tussendoor nooit iets af hoefde te lossen om na dertig jaar toch van je schuld verlost te zijn.


Sinds 2012 zijn van mijn hand zes boeken verschenen, maar de Wet Hillen wordt in al die boeken slechts één keer genoemd. Je kunt dus vijf boeken van mij hebben gelezen, zonder dat je die term bent tegengekomen en compleet verrast zijn door de plannen van dit kabinet. Weliswaar voorspel ik al in 2013 dat deze wet ooit zal sneuvelen, maar ironisch genoeg staat die passage in het boek waarvan ik tot op heden de minste exemplaren heb verkocht. Alleen de echte die-hards die Helemaal Vrij! in de kast hebben staan, hebben bovenstaande alinea gelezen - al kan het net zo goed dat ze er destijds straal overheen hebben gelezen of het allang weer vergeten zijn. Zelf herinnerde ik me het ook pas weer toen iemand het op Twitter aanhaalde.

Op verjaardagen is 'aflossen' opnieuw onderwerp van gesprek, al moet ik me opeens verdedigen tegen heel andere argumenten. Zo denken mensen nu vaak dat aflossen ineens geen zin meer heeft, tot ik ze voorreken dat ik momenteel nog 480 euro bruto per maand aan hypotheekrente en premies betaal, terwijl ik straks - en dan ook pas als de Wet Hillen helemaal is afgebouwd - ongeveer hetzelfde bedrag kwijt ben per jáár. Een beetje kort door de bocht genomen profiteer ik straks dus elf maanden per jaar van mijn hypotheekvrije huis, terwijl ik alleen in december last heb van de overijver van dit nieuwe kabinet. Straks moet ik inderdaad méér belasting gaan betalen, maar het is maandelijks nog altijd minder dan ik nu kwijt ben aan mijn internetabonnement.


Dat neemt niet weg dat de argumentatie van dit kabinet om de regeling af te schaffen aan alle kanten rammelt. De Wet Hillen is in 2005 ingevoerd om het aflossen van de hypotheek extra te belonen en te stimuleren. Als er toen daadwerkelijk iemand in Nederland is begonnen met extra aflossen vanwege dit bijkomende voordeel, is hij daar nu waarschijnlijk net mee klaar. Dan is het natuurlijk zuur - om niet te zeggen: lullig - als er een streep door die regeling gaat. Wie versneld aflost bespáárt de overheid al een heleboel geld doordat er steeds minder recht is op hypotheekrenteaftrek. Die aflosboete komt daar straks nog eens bovenop als extra voordeeltje voor vadertje staat.

Iedereen die boos is over die 'aflosboete' moet zich ook maar eens afvragen waaróm hij nou precies zo boos is. Omdat hij straks (iets) duurder uit is met zijn hypotheekvrije huis? Of omdat hij zo dom is geweest om te stemmen op een van de partijen waaruit dit kabinet bestaat? Ik kan niet alleen zeggen dat ik iedereen met een eigen huis al in 2013 heb gewezen op de mogelijkheid dat de Wet Hillen wordt geschrapt (net zoals ik durf te wedden dat het eigen huis naar Box 3 verhuist voordat ik recht heb op AOW), ik kan ook met mijn hand op mijn hart zeggen dat ik eerder dit jaar heb gestemd op een oppositiepartij in de Tweede Kamer en dus ook in die zin op geen enkele manier verantwoordelijk ben voor deze maatregel.

dinsdag 21 november 2017

Lijdt de hele westerse wereld aan hypochondrie?

Als schrijver bevind ik me sinds afgelopen weekend in een onmogelijke spagaat. In mijn laatste boek schrijf ik dat ik best kan leven met die bontgekleurde Pieten uit Het Sinterklaasjournaal van vorig jaar die eruitzagen alsof ze tegen een nat schilderij van Karel Appel hadden geleund. Tegelijk kreeg ik nooit eerder zó verschrikkelijk veel likes en retweets op Twitter als toen ik een nostalgische foto postte van de aankomst van de goedheiligman in mijn eigen woonplaats (waar de Zwarte Pieten nog gewoon pikzwart zijn, compleet met krulhaar en oorringen). Zo bevind ik me opeens middenin een discussie die steeds heviger wordt en die tegelijk genadeloos laat zien dat de echte problemen blijkbaar allemaal op zijn.


Laat ik voor alle duidelijkheid eerst maar even zeggen waar ik precies sta, niet zozeer in deze discussie maar vooral in het leven. Sinds ik geen last meer heb van stress en in principe niet meer hoef te werken, reageer ik overal zo laconiek op dat ik in Leven van de lucht schrijf dat ik 'me net zo snel boos maak als een Boeddhabeeld van Intratuin op de vensterbank'. Dat heeft natuurlijk deels met mijn leeftijd te maken, maar ook met het simpele feit dat je je nergens meer druk om hoeft te maken als je je hypotheek bijna hebt afgelost en niet bang meer hoeft te zijn om je baan kwijt te raken. Tegelijk besef ik maar al te goed dat het een voorrecht is om in dit veilige en welvarende land te wonen (al zullen sommige mensen dan natuurlijk meteen beginnen te roepen dat ik alleen maar van de zegeningen van dit land profiteer omdat ik een witte man ben).

Wat dat betreft sluit ik me aan bij columnist Jeffrey Wijnberg die natuurlijk voor de verkeerde krant schrijft, maar die tegelijk elke week feilloos alle mechanismes binnen menselijke relatie weet te ontrafelen en te fileren. Gisteren schreef hij dat in deze tijden van voorspoed eigenlijk niemand echt reden heeft tot klagen, wat een weinig populair standpunt is want we dreigen langzaam een overgevoelig en hypercorrect land te worden waarin elk pseudoprobleem tot enorme proporties wordt opgeblazen. Bij hypochondrie is een verdacht plekje op de huid meteen een dodelijk melanoom en duidt elk kuchje op het allerergste. Datzelfde geldt voor heel veel 'misstanden' die in deze maatschappij aan de kaak worden gesteld, want een hand op de knie heet dan al snel seksuele intimidatie en het schrappen van een wet die niemand kent een aflosboete.


Nu hoef je als bevolking natuurlijk niet zomaar alles te pikken, want de Groningers hebben groot gelijk met hun protesten tegen de ongebreidelde gaswinning. Er is echter sprake van een trend waar ik me pas goed van bewust werd toen ik onlangs een opiniestuk las over de inflatie van het begrip 'holocaust'. Je kunt volgens mij best een vegetariër zijn en fel tegenstander zijn van varkensflats en andere misstanden in de vleesverwerkende industrie zonder daarbij te pas en te onpas het woord 'genocide' te gebruiken. Op dezelfde manier kun je vragen stellen bij het blokkeren van de snelweg richting Dokkum, zonder in een opiniestuk tot driemaal toe te spreken over een 'levensgevaarlijke situatie'.

Op Facebook kwam ik een artikel tegen uit Vrij Nederland van een jonge vrouw die in een van de bussen zat op weg naar de intocht in Dokkum. Toen ik het las, vroeg ik me eerst af of dit soms een persiflage was van De Speld of een gevalletje nepnieuws, want niet alleen is het tegenwoordig lastig om feit van fictie te scheiden ook de grens tussen ernst en parodie is vaak flinterdun. Zo kan ik niet goed meer naar Freek Vonk kijken zonder aan Lucky TV te denken, zelfs niet als hij serieus zijn best doet om de jeugd te enthousiasmeren voor de natuur. Tegelijk zou dit specifieke stuk wel eens heel  bruikbaar kunnen zijn voor toekomstige wetenschappers om de toenemende hysterie in de westerse samenleving mee te verklaren.


Natuurlijk zullen er wel weer genoeg mensen boos worden door de strekking van dit blog of zich gekwetst voelen, maar dat is nu juist het probleem. Ik kan niet uit de voeten met mensen die al bang zijn dat ze gaan huilen bij het horen van boze leuzen en ik kan dat soort zinnen ook niet lezen zonder aan de uit de hand gelopen #MeToo-discussie te denken. Zo las ik dat Sylvester Stallone beschuldigd wordt van seksueel misbruik van een 16-jarige, maar ik las in datzelfde stuk ook dat het slachtoffer zich gedwongen 'voelde' om seks met hem te hebben en geen aangifte durfde te doen omdat ze zich vernederd 'voelde'. Als weldenkende mens vind ik dat misbruik en dwang uit den boze zijn, maar ik kan het niet helpen dat mijn oog daarop valt. Want het is dus net zo goed mogelijk dat ze zich in eerste instantie vereerd 'voelde' door de aandacht van de filmster en zich misschien zelfs opgewonden 'voelde', terwijl ze zich na afloop vies 'voelde' of teleurgesteld en misbruikt.

Welke conclusies je aan dit alles (en dus niet alleen aan de zin hierboven) moet verbinden, weet ik op dit moment nog niet, zeker niet als je dat nog iets breder wil trekken naar de hele westerse wereld. Wel is het duidelijk dat persoonlijke gevoelens steeds belangrijker worden in het maatschappelijk debat met overgevoeligheid als onvermijdelijk gevolg. Bij onderwerpen als feminisme en racisme zie je ook - en dat vind ik vooral interessant als politicoloog - dat de echt serieuze problemen eigenlijk op beginnen te raken. Dat geldt overigens ook voor de Wet Hillen die deze week in de Tweede Kamer wordt besproken. Je kunt je daar vreselijk over opwinden en boos beginnen te roepen over een 'aflosboete', maar je kunt het ook relativeren en proberen er de redelijkheid van in te zien. Helaas zijn dat besmette woorden geworden in een wereld waarin alles per definitie een ramp is en elke misstand bij voorbaat wordt ervaren als een grote vorm van persoonlijk onrecht.