Zoeken

woensdag 25 april 2018

Persoonlijk vind ik het vooral een privilege om niet te hoeven werken

Het is me al vaker opgevallen dat mensen het toejuichen als ik met een kritische blik naar de bankwereld kijk of onze overconsumptie onder de loep neem, maar terughoudend of zelfs afkeurend reageren als ik met een frisse blik kijk naar wat anno nu te boek staat als 'feminisme'. Zo vind ik het een heel interessante vraag of je mijn vrouw geëmancipeerder moet noemen nu ze meer dagen is gaan werken of dat ík juist feministischer ben omdat ik steeds meer in het huishouden doe. Dat bleek een foute vraagstelling, zo kreeg ik te horen, want bij emancipatie gaat het in de eerste plaats om gelijke kansen en keuzevrijheid. Even later was daar echter weer onze emancipatieminister die een heel duidelijk geluid liet horen: vrouwen moeten vooral hard aan de slag!


Toen ik nog fulltime werkte en - ik herhaal het nog maar een keer - elke maand twee werkweken in de auto zat als pendelaar tussen Rotterdam en Amsterdam, had ik bij sommige mensen een wat bedenkelijke reputatie. Dat zit zo: ik vond (en vind overigens nog steeds) dat het belachelijk is om als hoofdkostwinner je eigen overhemden te moeten strijken als je om zeven uur moe thuiskomt uit je werk, terwijl je vrouw de hele dag thuis is geweest. Heel veel discussies hadden we daar zelf overigens niet over, maar ik heb voor de aardigheid wel eens uitgerekend dat ik de hele bovenverdieping zou kunnen schoonmaken in de tijd die het me kostte om 's ochtends op mijn werk te komen.

Nu we de rollen min of meer hebben omgedraaid, denk ik daar nog steeds precies hetzelfde over. Hoewel ik naast het huishouden ook de nodige tijd kwijt ben aan het schrijven van columns, blogs en boeken, vind ik het niet meer dan billijk dat ik de rest van de tijd besteed aan opruimen, stofzuigen, boodschappen doen, koken, grasmaaien, strijken, was ophangen en de vaatwasser in/uitruimen. Mijn motto is dat mijn vrouw, die om zeven uur vertrekt en vaak pas om zes uur thuis is, 's avonds niets hoeft te doen wat ik overdag had kunnen doen. Het ironische is dat die uitspraak in deze context heel geëmancipeerd klinkt, terwijl het me voorheen bombardeerde tot de Archie Bunker van de arbeidsmarkt.


Vanmorgen kreeg ik op Twitter het verwijt dat ik het allemaal weer goed geregeld had, omdat ik destijds lekker carrière aan het maken was, terwijl mijn vrouw de kinderen baarde en opvoedde. Nu diezelfde kinderen zo'n beetje op eigen benen staan, hebben we de rollen omgedraaid zodat ik alle tijd heb om in de tuin te gaan zitten of naar de bioscoop te fietsen, terwijl mijn vrouw de kost verdient. Dat is een heel interessante visie, niet alleen omdat ik die wel vaker hoor maar omdat het zo lijkt alsof vrouwen altijd aan het kortste eind trekken. Dat laatste is natuurlijk een beetje inherent aan het feminisme, want dat concept impliceert dat je als vrouw altijd wel 'ergens' het slachtoffer van bent.

Laat ik beginnen met de vaststelling dat iedereen zelf op zoek moet naar de ideale rolverdeling. Zo antwoordde ik deze mevrouw dat ik het geen enkel probleem had gevonden als we vanaf het begin (lees: 1991) de rollen hadden omgedraaid. Hoe 'zwaar' het opvoeden van kinderen precies is, hangt van heel veel zaken af, onder meer van je financiële situatie, je gezondheid en veerkracht en van het aantal kinderen (en de vraag of die misschien speciale aandacht nodig hebben). In ons geval zat er negen jaar tussen de eerste en de tweede, zodat we altijd maar één kind tegelijk op school hadden. Diezelfde basisschool had ook nog eens een continurooster, zodat je feitelijk je handen vrij had tussen half negen en kwart voor drie.


Zo kon het gebeuren dat ik in de krant een opiniestuk las over mannelijke privileges, waarin tien keer het woord 'privileges' voorkomt zonder dat ik snapte waar ze het precies over had. Want terwijl ik 'lekker' carrière aan het maken was, maakte mijn vrouw de eerste vier levensjaren van onze kinderen heel bewust en intens mee. Die eerste jaren zijn zwaar, maar tegelijk is dat ook verreweg de leukste en meest dankbare periode. Om die reden kun je het ook beschouwen als een voorrecht om daar met je neus bovenop te zitten, ook al omdat ik het analoog aan deze situatie altijd heel armoedig vind als tweeverdieners met een mooi huis zo hard moeten werken om datzelfde huis te betalen dat ze zelden of nooit thuis zijn.

Veel jonge vrouwen hadden moeders of oma's die terecht gefrustreerd waren vanwege het feit dat ze niet mochten doorleren of moesten stoppen met werken zodra er kinderen kwamen. Die frustratie is heel begrijpelijk, maar heeft er wel toe geleid dat mensen (lees: vrouwen) de omgekeerde situatie zijn gaan idealiseren. Ik had heel leuk werk, maar ik werkte in de eerste plaats om geld te verdienen en vind het oneindig veel leuker dat ik op mijn 55ste kon stoppen met datzelfde werk. Als het om 'privileges' gaat, voel ik me nu dus pas écht bevoorrecht al voel ik me tegelijk ook wel eens een beetje schuldig als ik op vrijdag in de bioscoop zit terwijl mijn vrouw op hetzelfde moment voor de klas staat.

dinsdag 17 april 2018

In welke surrealistische wereld zijn mensen nog steeds niet aan het aflossen?

Afgelopen maandag - op dezelfde dag dat ik mijn nieuwe column mailde naar de redactie van het magazine Radar+ - werd er in het consumentenprogramma Radar aandacht besteed aan 'aflossingsvrije hypotheken'. Econoom Erica Verdegaal legde op de voor haar kenmerkende treffende manier uit waarom de term 'aflossingsvrij' zo bedrieglijk is en presentatrice Antoinette Hertsenberg waarschuwde dat oudere huiseigenaren die nooit iets hebben afgelost straks misschien uit hun huis zullen worden gezet. Hoewel ik de uitzending met belangstelling heb bekeken, had ik na afloop het gevoel dat me net verteld was dat roken bij nader inzien toch schadelijk is. Want onder welke steen hebben al die huiseigenaren met een aflossingsvrije hypotheek de afgelopen tien jaar dan geleefd? 


Het was het toppunt van een week die af en toe toch al behoorlijk surrealistische trekjes begon te vertonen. Steeds vaker heb ik het gevoel terecht te zijn gekomen in een soort loop waarin heden en verleden elkaar soms op een interessante manier overlappen of zelfs inhalen. Dat is natuurlijk mede het gevolg van het feit dat ik op mij 56ste al min of meer met pensioen ben terwijl ik strikt genomen nog een jaar of twaalf moet wachten op mijn eerste AOW-uitkering. Dan ben je al gauw de enige die in de tuin zit terwijl iedereen hard aan het werk is of de enige verkeersdeelnemer die geen haast heeft. Met een omgekeerde werkweek kom je vanzelf een beetje in een soort omgekeerde wereld terecht en snap je al snel niet meer waar al die artikelen in de media over 'stress' en 'burn-outs' nou eigenlijk over gaan.

Op zich heeft het niks te betekenen, maar afgelopen weekend keek ik naar een dvd van de Nederlandse film Weg van jou. Dit jaar ga ik niet alleen zo vaak mogelijk naar de bioscoop, ik probeer op dvd en Blu-Ray ook mijn achterstand een beetje in te halen. Zo kijk ik voor straf naar elke film van eigen bodem die ik tegenkom, sinds ik zo dom was om Waterboys in de bioscoop over te slaan. In Weg van jou komt Evi uit Rotterdam in Zeeuws-Vlaanderen terecht op een ongezellige kamer in een oude boerderij tot ze door haar kersverse collega's op bovenstaand idyllisch huisje wordt geattendeerd. Toen dat in beeld verscheen, veerde ik verrast op omdat het bijna leek of ze bij óns thuis naar binnen aan het gluren was.

Nu is ons huis ongeveer de helft korter en ligt het veel minder idyllisch (want in de Randstad en niet op het Zeeuwse platteland), maar de eerste indruk is hetzelfde. De afgelopen jaren heb ik ook geleerd dat je je niet moet laten afleiden door details, maar juist oog moet hebben voor de grote lijnen. Zo mijmerde ik op weg naar mijn werk in de file vaak over Ian Fleming die 's ochtend boeken schreef over James Bond en 's middags een duik nam in een azuurblauwe zee. Dat leek een volstrekt onbereikbaar ideaal tot ik besefte dat ik nu precies zo leef, aangezien ik de ochtenden gebruik voor een column of een blog en ik daarna op warme dagen een duik kan nemen in de afgedamde rivier die door ons dorp stroomt.

   
Het werd echter pas écht surrealistisch toen ik - ook weer op dezelfde dag als die uitzending van Radar - een pakje aannam van een meneer van UPS met daarin het album Burning Cities van de Skids. Die naam zegt de meeste mensen waarschijnlijk niks meer en dat is begrijpelijk aangezien hun laatste album Joy uit 1981 stamt. Vanwege dat hiaat van 36 jaar heeft iemand dit album al bestempeld als de comeback van de eeuw, wat ik persoonlijk iets teveel eer vind, maar het is om meer dan één reden een verbluffende ervaring. Zo ontbreekt op deze plaat uiteraard wijlen Stuart Adamson, maar horen we wel de gitarist van Big Country en diens zoon. Dat is een loop die een interessant loopje neemt met de chronologie van de geschiedenis, omdat Big Country juist weer de band is die Stuart Adamson oprichtte na het verlaten van de Skids.

Zelf maakte ik op Twitter melding van de aanschaf van deze plaat met de mededeling dat ik zanger Richard Jobson heb geïnterviewd in 1983 toen ik nog studeerde en nog niet in loondienst werkte als journalist. Ik was een groentje dat als freelancer werkte voor de Groene Amsterdammer, nu ben ik aardig grijs aan het worden en alweer twee jaar met vervroegd pensioen. Zo lijkt het bijna wel alsof Jobson zich al die jaren bewust heeft stilgehouden tot ik weer een draaitafel had gekocht en alle tijd had om plaatjes te draaien. Onzin natuurlijk, maar ik schreef in het gelijknamige boek al dat een plakbandpensioen soms ook een punkbandpensioen is. De titel boven dat bewuste interview uit 1983 had in elk geval niet toepasselijker kunnen zijn.


Iets dergelijks dacht ik gisteren ook even toen ik naar die uitzending van Radar keek en eigenlijk niets hoorde wat ik al niet wist. Daar gáán we weer, flitste het door me heen, alsof een arts op televisie met een plechtig gezicht kwam uitleggen dat roken toch echt heel schadelijk is voor je gezondheid. Die vergelijking maak ik niet zomaar, want ik vermoed dat veel huizenbezitters stiekem wel wéten dat ze eens goed naar hun hypotheekvoorwaarden zouden moeten kijken, maar dat onderwerp liever voor zich uit schuiven tot de bank aanbelt of steeds dringender mailtjes begint te sturen. Lastig daarbij is ook dat lang niet iedereen met een aflossingsvrije hypotheek in de problemen hoeft te komen, zeker niet als deze tegen een lage rente voor lange tijd is vastgezet en geen dwingende einddatum kent.

Tegelijk laat deze uitzending zien wat het gevolg is van de ontlezing en het belachelijke vooroordeel dat er in de krant alleen 'oud nieuws' staat. Ik zie wel eens grafieken voorbijkomen waaruit blijkt dat de oplage van veel kranten sinds de eeuwwisseling is gehalveerd en dat proces is nog lang niet ten einde. Iedereen met een abonnement op een dagblad had allang kunnen lezen op welke ijsberg je afkoerst wanneer je een volledig aflossingsvrije hypotheek hebt en ondertussen niets hebt gespaard of afgelost. Datzelfde geldt in nog veel sterkere mate voor al die mensen die in 2012 mijn boek Hypotheekvrij! kochten en nu alweer zes jaar fanatiek aan het aflossen zijn. Dat is dus pas een échte kloof in de maatschappij: tussen de categorie mensen die goed geïnformeerd is en die grote groep die snel even langs het laatste nieuws skipt op weg naar het boeken van de eerstvolgende vakantiereis.

maandag 9 april 2018

Wanneer besluit je dat het moment is aangebroken om te stoppen met werken?

Ik weet niet of het de bedoeling was van de redactie, maar het AD Magazine van afgelopen zaterdag liet zich lezen als een themanummer. Naast het omslagverhaal over burn-outs las ik een interview met de 60-jarige actrice Annet Malherbe waarin een jonge verslaggever maar blééf doorvragen over haar ambities. Voeg daarbij een kijkje in de portemonnee van een 63-jarige die nog maar drie dagen per week werkt en de constatering elders in de krant dat Matthijs van Heijningen 'over the hill' is en je krijgt langzamerhand zicht op een rode draad. Zelf schrok ik echter nog het meest van die ene foto van het schrijvende echtpaar Nicci French, waarop ze zo depressief in de lens blikken dat ik bijna geneigd zou zijn mijn pen per direct aan de wilgen te hangen.


Natuurlijk zegt zo'n foto helemaal niks, want het is goed mogelijk dat ze onlangs iets vervelends hebben meegemaakt in hun privéleven, last hebben van een jetlag, in z'n algemeenheid de schurft hebben aan interviews of op het moment dat hij werd gemaakt een hele dag achter de kiezen hadden met steeds dezelfde domme vragen. Het kan zelfs zo zijn dat ze het alleen maar vervelend vinden om te poseren voor de foto of denken dat ze het aan hun oeuvre verplicht zijn om een gezicht te trekken alsof ze net een aan stukken gesneden lijk in de achtertuin hebben gevonden. Zelf denk ik echter dat het ook iets te maken zou kunnen hebben met het moordende schema van één boek per jaar waarop ze zich hadden vastgelegd.

Het schrijversechtpaar was even in Nederland om het laatste boek te promoten uit een achtdelige reeks die in 2011 van start ging. In zeker zin hebben ze dus bijna een heel decennium besteed - of verkwist - aan een serie waaraan ze rond hun vijftigste begonnen. Volgens Nicci Gerrard gaf dat zoveel druk dat ze zich de afgelopen jaren af en toe 'gegijzeld' voelde. Kijk je met die wetenschap nog eens naar die foto, dan zie je twee mensen die totaal uitgeput, depressief, leeg en ongelukkig zijn. Extra wrang is dat ze bij het schrijven van deel één waarschijnlijk al genoeg geld achter de hand hadden om de rest van hun leven lekker ontspannen te lummelen op hun ongetwijfeld fantastische landgoed.


Nu weet ik best dat veel mensen niet kunnen stilzitten, iets willen betekenen voor de wereld of simpelweg niet kunnen stoppen met werken, maar dit vind ik al met al geen pleidooi om door te bikkelen tot je er dood bij neervalt of geveld wordt door een burn-out zoals de 45-jarige striptekenaar Maaike Hartjes. Zelf ben ik voorzichtig al bezig met een boek dat begin 2019 zou moeten verschijnen, al ben ik tegelijk van plan om me dat hele volgende jaar te beperken tot die ene column per week om te zien hoe dat bevalt. Ik heb inmiddels vijftien boeken op mijn naam staan, maar dat betekent natuurlijk niet dat er automatisch nog eens vijftien bij zullen komen.

Wat dat betreft is het interview met actrice Annet Malherbe in heel veel opzichten verhelderend, al was het maar omdat deze 60-jarige actrice wel door móet werken vanwege het geld. Vaak vertellen mensen over dat onderwerp allerlei vrome praatjes met als toevoeging dat ze - o ja - ook geen pensioen hebben opgebouwd, maar Malherbe draait er niet omheen dat ze het best heerlijk zou vinden om op een gegeven moment haar schaapjes op het droge te hebben zodat ze kon stoppen of een tijdje in het buitenland kon gaan wonen. Samen met haar man huurde ze lange tijd een huis in Spanje, maar dat werd op een gegeven moment te duur.


Het interview laat ook zien wat er gebeurt als je een jonge, ambitieuze en gedreven journalist een interview laat doen met een actrice die haar sporen inmiddels heeft verdiend en zich in een volstrekt andere levensfase bevindt. Hoe oud Stefan Raatgever precies is heb ik zo snel niet kunnen achterhalen, maar ik gok dat hij jong genoeg is om haar zoon te kunnen zijn. Dat verklaart waarom hij tot vervelens toe door blijft hameren op erkenning, ambitie, roem, geldingsdrang en jaloezie op vakgenoten. Allemaal reuze belangrijk natuurlijk als je een jaar of dertig bent en nog aan het begin staat van je carrière, maar dat arme mens is zéstig! Zelf zou ik er bijvoorbeeld helemaal geen moeite mee hebben om op die leeftijd voorgoed te stoppen met ál mijn beroepsmatige activiteiten.

Toen ik jong was, had ik maar één wens en dat was schrijver worden. Die drive zorgde ervoor dat ik door ben blijven schrijven tot ik dat niet alleen voor elkaar had, maar er ook nog enig commercieel succes mee had. Die vijftien boeken in de kast zorgen dus in de eerste plaats voor gemoedsrust, omdat ik mijn droom heb verwezenlijkt. Verder heeft het geen enkele invloed op mijn geluksgevoel, laat staan dat ik me in deze levensfase nog laat leiden door geldingsdrang, behoefte aan erkenning of een hol containerbegrip als 'ambitie'. Ik begin elke maandagochtend met plezier aan mijn nieuwe column en schrijf dit blog puur voor mijn lol, maar ik zou me ook prima vermaken met alleen een racefiets, een bibliotheekpas, een kast vol langspeelplaten, een bioscoopabonnement en een luie stoel in de tuin op tien stappen van de achterdeur. Maar dan nog blijft de vraag: op welk moment - en op welke leeftijd - besluit je er vrijwillig een punt achter te zetten? Daarover binnenkort meer.




woensdag 28 maart 2018

Wie klaar is met aflossen moet weer helemaal opnieuw leren om geld uit te geven

In mijn boek Hypotheekvrij! uit 2012 beschrijf ik tot in detail op welke uitgavenposten we allemaal bezuinigd hebben om elk jaar tussen de 15.000 en 20.000 euro extra te kunnen aflossen. In de jaren die volgden vertelde ik in elk interview trots dat ik sinds het uitbreken van de kredietcrisis in oktober 2008 geen nieuwe spijkerbroek meer had gekocht. Dat is natuurlijk niet eeuwig vol te houden en bovendien zou het onzin zijn om nog steeds overal op te beknibbelen als de woningschuld op een haar na is gevild. Dan doet zich echter een omgekeerd probleem voor, want na al dat bezuinigen valt het niet mee om zonder schuldgevoel of pijn in je buik je portemonnee te trekken.


Toen we nog echt fanatiek aan het aflossen waren - en dan heb ik het vooral over de periode tussen 2008 en 2012 - maakte ik al kennis met een rare paradox. Zo kostte het me geen enkele moeite om mijn vakantiegeld meteen na ontvangst door te sluizen naar de bank, zodat ik het zelf maar heel even in bezit had gehad en ik niet eens de kans kreeg om het te missen. Op dezelfde manier maakte ik zonder met mijn ogen te knipperen bedragen over naar de bank waarvoor je ook een leuke auto kunt uitkiezen in de showroom. Het leek wel of al dat geld dat ik heen een weer schoof geen enkele waarde meer had in het economisch verkeer en alleen nog zijn nut bewees bij het verlagen van de hypotheekschuld.

In die periode liet ik ook een foto van ons huis afdrukken op mijn bankpasje. Zo dwong ik mezelf om elke keer dat ik iets afrekende de vraag te stellen of ik dat geld niet beter kon gebruiken voor een volgende aflossing. Je kunt daarvan vinden wat je wilt, het werkte wel en wierp zijn vruchten af doordat we binnen no-time onze hypotheekschuld hadden gehalveerd. Het gekke was dat ik in die periode regelmatig achteloos 10.000 euro overboekte naar de bank, terwijl het me tegelijk de grootste moeite kostte om 2 euro 50 af te rekenen voor een kop koffie op een terras. Dat had overigens niet alleen met mijn hypotheek te maken, maar ook met het besef dat mijn baan op de tocht stond en ik niet wist of we al klaar zouden zijn met aflossen als ik ontslag kreeg.


Inmiddels zijn we een kleine tien jaar verder en resteert alleen nog een stukje spaarhypotheek dat over 23 maanden vanzelf afloopt. Om die reden hoeven we ook de broekriem niet langer aan te halen, al bleek dat in mijn geval toch nog noodzakelijk omdat ik van spijkerbroekmaat 32 was teruggegaan naar maat 31. Het gevolg was dat ik in de kast alleen nog broeken had liggen die versleten waren of veel te groot. Dat maakt niet veel uit wanneer je in de tuin aan het werk bent, maar op een gegeven moment vond ik het toch een beetje armoedig worden allemaal. En dus liep ik afgelopen zaterdag een kledingwinkel binnen met niet meer dan het vage voornemen om tenminste één nieuwe spijkerboek te kopen.

Dankzij een vriendelijke verkoopster van mijn eigen leeftijd die met verve de rol van echtgenote op zich nam en voortvarend het ene kledingstuk na het andere uit het rek viste, stond ik even later bij de kassa met drie nieuwe spijkerboeken, één korte broek en vijf overhemden. Omdat de betreffende winkel 85 jaar bestond, kreeg ik 15% korting (en kreeg ik in feite die korte broek cadeau) maar dat kon niet voorkomen dat ik een bedrag moest pinnen dat aardig in de buurt kwam van onze huidige maandlasten. Natuurlijk is dat een eenmalige actie, maar het hielp wel om in één klap van mijn koopschroom af te komen en friste ook meteen mijn garderobekast op.

Uiteindelijk was het daar ook om te doen, want erg rationeel is het op zich niet om drie nieuwe lange broeken te kopen terwijl het bijna april is en ik vanaf dat moment zes maanden lang (of langer) in een korte broek rondloop. Met deze aankoop laat ik echter zien dat er na al dat fanatieke aflossen vanzelf een periode aanbreekt waarin bezuinigen helemaal niet meer aan de orde is. Tegelijk neem ik alvast een voorschot op de periode die na 1 maart 2020 aanbreekt (en waar ik later nog eens uitgebreid op terug zal komen). Vanaf dat moment vallen onze woonlasten namelijk in één klap weg en zou ik elke maand bijna 500 euro aan nieuwe kleding kunnen uitgeven - of aan wat dan ook - zonder dat onze koopkracht daardoor wordt aangetast.

vrijdag 23 maart 2018

Ook het CBS heeft nog nooit gehoord van een plakbandpensioen

In een van zijn laatste columns in de Volkskrant maakt Peter de Waard melding van een raadselachtig fenomeen: mannen die bewust geen betaalde baan zoeken. Dat aantal stijgt zo snel dat het CBS er er zo snel geen sluitende verklaring voor heeft, want het gaat niet alleen om mensen die na een paar honderd vruchteloze sollicitaties het bijltje erbij neergooien. Na lezing kwam ik in de verleiding om hoofdeconoom Pieter Hein van Mulligen van het CBS een exemplaar te sturen van Het plakbandpensioen, want ik ben vast niet de enige vijftiger die na zijn ontslag liever op zoek gaat naar de nooduitgang dan naar een nieuwe baan.


Toevallig verschijnt er in mei een voordelige editie van dat bewuste boek, precies twee jaar nadat ik daadwerkelijk met plakbandpensioen ben gegaan. Inmiddels ben ik al zo gewend geraakt aan die nieuwe manier van leven en vind ik het zelfs zo vanzelfsprekend dat ik bijna zou vergeten dat ik die term destijds zelf bedacht heb. Na bijna vierentwintig maanden nietsdoen zou ik er ook niet meer aan moeten denken om mijn wekker op zeven uur te zetten en te moeten aansluiten in de file richting kantoor. Waarschijnlijk zou ik pas weer bereid zijn om betaald werk te gaan verrichten op het moment dat de deurwaarder al bezig is mijn platencollectie in kartonnen dozen te stoppen om ze naar een opkoper te brengen.

Het grappige is dat dit helemaal geen onderwerp zou zijn geweest voor een column of een blog als de VUT nog bestond. Nog niet zo heel lang geleden was het namelijk doodnormaal om al op je 56ste met vervroegd pensioen te gaan, zonder dat iemand zich daar iets bij afvroeg of je op de man af vroeg wat voor werk je nu ging doen. In die zin ben ik een soort vutter in een tijd waarin de echte VUT allang is afgeschaft en dus eerder een anomalie dan iemand die abnormale of onbegrijpelijke keuzes maakt. Als ik op donderdag de hele dag in de bioscoop zit en drie films achter elkaar zie, moet je ook wel met héél goed argumenten komen om me te overtuigen van het feit dat een dag op kantoor leuker, zinvoller of bevredigender is.


Met de term 'plakbandpensioen' bedoel ik niet alleen een zo vroeg mogelijk vroegpensioen, maar ook een volledig geïmproviseerd inkomen dat uit verschillende potjes afkomstig is en voortdurend moet worden bijgesteld tot de daadwerkelijke AOW-datum is bereikt. Dat is even wennen wanneer je gewend was om elke vier weken precies hetzelfde bedrag te ontvangen van je werkgever, maar de bijbehorende onzekerheid geeft je ook een gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid. In het gunstigste geval kun je leven van de inkomsten van huurpanden die je hebt gekocht met behulp van een extra hypotheek of een ontslagvergoeding, maar veel vaker zal het gaan om wisselende inkomsten uit verschillende bronnen.

In de praktijk zit er dus een heel breed spectrum tussen wat columnist Peter de Waard altijd een tikje cynisch 'rentenieren' noemt en de creatieve hink-stap-sprong waar ik zelf gebruik van maak. Lezers van mijn laatste twee boeken weten dat mijn inkomstenbron bestaat uit een optelsom van spaargeld, een werkende partner, royalty's, freelance inkomsten en de verhuur van een bescheiden vakantiewoning. In Het plakbandpensioen (2016) zet ik de theorie uiteen, terwijl ik in Leven van de lucht (2017) verslag doe van de eerste 12 maanden van dat experiment. Dat laatste boek gaat over het basisinkomen, maar net zo goed over een leven waarin je geen baan meer hebt en ook niet op zoek bent naar betaald werk.


In mijn laatste twee boeken benadruk ik dat mijn deeltijdpensioen alleen mogelijk is door de deeltijdbaan van mijn vrouw. De insteek was om met ingang van 1 mei 2016 net zoveel bij te dragen aan het gezinsinkomen als zij verdient met haar parttime baan in het basisonderwijs. Uiteindelijk leek me dat de meest rechtvaardige verdeling, zeker als je vanaf dat moment ook de huishoudelijke taken zo eerlijk mogelijk verdeelt. In de praktijk blijkt dat prima te werken, al is dit natuurlijk evenmin een in marmer gebeiteld contract dat geldig is tot de AOW-datum. Zo is mijn vrouw één dag per week meer gaan werken en komt het geregeld voor dat er zoveel collega's ziek zijn dat ze vijf dagen achtereen voor de klas staat en we in feite de rollen hebben omgedraaid.

Het 'raadsel' waar Peter Hein van Mulligen over spreekt, is dus gemakkelijk op te lossen als je weet dat wij tegenwoordig met veel minder geld rondkomen dan voorheen, de taken anders hebben verdeeld, genoeg hebben gespaard om het maandinkomen aan te vullen en ons koophuis ondertussen bijna helemaal hebben afbetaald. Daar zijn verder geen erfenissen, bonussen of bitcoins aan te pas gekomen, zodat ons voorbeeld ook laat zien dat dit geen oplossing is die slechts is weggelegd voor de happy few maar in principe binnen handbereik is voor elke anderhalfverdiener van onze generatie die op tijd is gaan sparen en aflossen en bereid is de bakens te verzetten en alles over een andere boeg te gooien.

woensdag 14 maart 2018

Hoe krijg je al die mensen alsnog aan het aflossen?

Gisteren viel in De Volkskrant te lezen op welke manier banken en verzekeraars hun klanten met een aflossingsvrije hypotheek benaderen om te voorkomen dat deze later in de problemen komen. Er zijn namelijk nog steeds veel mensen die denken dat ze na dertig jaar 'vanzelf' van die hypotheek af zijn, die niet weten dat de hypotheekrente in hun situatie na 2031 niet meer aftrekbaar is of die niet hebben nagedacht over de vraag of hun pensioeninkomen straks hoog genoeg is om de woning opnieuw te financieren of de bruto hypotheeklasten te dragen. Banken halen daarbij van alles uit de kast, van waardebonnen tot persoonlijke sms'jes en geven bergen geld uit aan de vraag hoe ze mensen wakker kunnen schudden. De grap is echter dat dat nooit meer hoeft te kosten dan 9 euro 95 per klant.


Het zal niemand verbazen dat het lezen van een dergelijk bericht voor mij een bijna surrealistische ervaring is. Zelf zijn wij precies tien jaar geleden al begonnen met het versneld aflossen van het aflossingsvrije deel van onze hypotheek, op een moment dat niemand het nog over 'aflossen' had en de kans groot was geweest dat mijn financiële adviseur het nadrukkelijk had afgeraden. Je kunt ook zeggen dat ik het heb gedaan tegen het advies van de bank in en op - achteraf gezien - het meest geschikte moment: toen ik de vijftig nog niet had bereikt en ik nog beschikte over voldoende inkomsten om extra af te lossen. In die zin komt deze campagne voor veel huishoudens dus een decennium te laat.

Het geeft te denken dat banken - die veel meer zouden moeten weten over de financiële kwetsbaarheid van huishoudens dan een journalist met een universitair diploma politicologie - nu pas deze stap zetten. Je kunt ook zeggen dat het helemaal niet erg is dat er in het verleden zoveel aflossingsvrije hypotheken zijn verkocht (juist omdat ze vaak tamelijk eenvoudig tussendoor af te lossen zijn) maar dat het een regelrechte ramp is dat het in de bijbehorende gesprekken met de klant zelden over aflossen ging. Zelf had ik, toen ik mijn handtekening zette onder de hypotheekakte, geen benul wat er precies in te lezen viel over de einddatum van mijn hypotheek. Daarnaast had ik geen tel nagedacht over de vraag hoe en wanneer ik dat allemaal van plan was te gaan aflossen, tot ik in 2008 eens goed in de papieren dook.


De daaruit voortvloeiende 'afloswoede' resulteerde vier jaar later in het boek Hypotheekvrij! dat precies op het juiste moment verscheen. Het is nu nauwelijks nog voor te stellen, maar zes jaar geleden moest je op verjaardagen nog aan iedereen uitleggen waarom het verstandig was om versneld te gaan aflossen. Dat hoeft helemaal niet in het adembenemende tempo waarin wij dat hebben gedaan, al had ik daar persoonlijk heel goede redenen voor en heb ik er ook nooit spijt van gehad. Het betekent overigens niet dat het voor iedereen nuttig of noodzakelijk is om als een gek te gaan aflossen, want het is en blijft maatwerk. Tegelijk blijft het een feit dat je jezelf een enorm groot plezier doet met een hypotheekvrij huis op je AOW-datum.

Toevallig werd ik eerder deze week aangesproken door een mevrouw bij de kassa van de supermarkt met de vraag of ik soms 'die meneer was van die hypotheekboeken'. Ze bleek twee van de zes delen te hebben gelezen en inmiddels al drie jaar fanatiek aan het aflossen te zijn. Het was een kort gesprek omdat ik al druk doende was mijn spullen op de loopband te leggen, maar ze bedankte me hartelijk voor de inspiratie. Toen ik het boek schreef, heb ik me geen tel gerealiseerd dat tienduizenden mensen door mijn toedoen als een gek zouden gaan aflossen, maar inmiddels waarschuw ik iedereen die het wil gaan lezen dat er daarna geen weg meer terug is. Ik mag graag grappen dat ik mensen met dit boek meer slapeloze nachten heb bezorgd dan met mijn thrillers, maar het is geen grap dat iedereen gaat aflossen zodra hij Hypotheekvrij! uit heeft.


Grappig genoeg stond op de aller-, allereerste editie van het boek de streamer 'wat banken je niet vertellen'. Die is later gesneuveld om aan te geven dat er nu een geheel geactualiseerde voordeeleditie in de winkel ligt die minder dan een tientje kost, maar het is meer dan ironisch dat banken anno 2018 juist verwoede pogingen doen om naar hun klanten toe te communiceren dat ze op z'n minst even aandachtig naar hun aflossingsvrije hypotheek moeten kijken. Natuurlijk is er sprake van eigenbelang als ik zeg dat ze veel beter al hun klanten een exemplaar van mijn boek zouden kunnen sturen, maar het zou waarschijnlijk meer helpen dan al die peperdure onderzoeken, goedbedoelde sms'jes en persoonlijke e-mails bij elkaar.

Tegelijk komt dit publiciteitsoffensief voor veel huishoudens waarschijnlijk te laat. Ik ben versneld gaan aflossen toen ik 47 was, op een moment dat ik nog een vaste baan had en in de gelukkige omstandigheid verkeerde dat ik driftig kon gaan sparen. Nu ben ik een 55-plusser met veel minder inkomen en zou ik eerlijk gezegd niet goed weten waar ik elke jaar tussen de 15.000 en 20.000 euro vandaan zou moeten halen om extra af te lossen. Dat verklaart misschien ook waarom veel huishoudens net doen of ze al die berichten van de bank niet onder ogen hebben gekregen. Als je met je nek in een strop zit kun je soms maar beter je kop in het zand steken en net doen of je neus bloedt tot de deurwaarder op de deur klopt.

woensdag 28 februari 2018

Als ex-journalist stel ik vast dat journalisten soms een beetje zitten te slapen

Afgelopen maandag werd ik twee uur lang geïnterviewd over de keuzes die je als vijftiger maakt op professioneel gebied, al dan niet na een onvrijwillig ontslag. Want of je nu uit jezelf weggaat bij een bedrijf of op straat komt te staan na een reorganisatie, vraag blijft hoe je de resterende jaren tot je AOW-datum (en natuurlijk ook daarná) het liefst wil doorbrengen. Het gesprek vond plaats nadat ik in de media op diverse plekken kennis had genomen van het boek van oud-collega Barbara van de Beukering (51) dat feitelijk over precies hetzelfde onderwerp gaat. Over media-aandacht heeft ze niets te klagen, al vergeten journalisten in haar geval wel weer te vragen naar het belangrijkste aspect van haar dilemma.


Hoewel de titel een tikje afgezaagd is en ten onrechte suggereert dat er naast een drukke betaalde baan maar één alternatief is (namelijk verpieteren achter de potplanten), staat haar boek op mijn leeslijst voor de komende maanden. Niet alleen ben ik benieuwd met welke vragen ze worstelt (en welke antwoorden ze onderweg heeft gehoord, gelezen of bedacht), ik ken Barbara van de Beukering nog persoonlijk uit de tijd dat ze hoofdredacteur was van AvantGarde, hetzelfde blad waar ik ooit even eindredactie heb gedaan tijdens de vakantie van de eigenlijke eindredacteur én waarvoor ik een tijdje een maandelijkse muziekrubriek heb geschreven.

Niet alleen is ze een generatiegenoot, ze is dus ook actief geweest in precies hetzelfde vakgebied. Terwijl ik mezelf na mijn ontslag in 2012 steeds vaker een journalist noem in de voltooid verleden tijd (en ook steeds minder ben gaan schrijven), hinkt zij duidelijk nog op twee gedachten. Aan de ene kant lonkt een rustig bestaan in de luwte, aan de andere kant heeft ze nu al aan den lijve ondervonden dat je telefoon zelden of nooit meer rinkelt wanneer je afscheid neemt van je baan en er een beetje afstand ontstaat tussen jou en de drukke wereld die doordraait. Zelf vind ik dat eigenlijk wel lekker rustig, maar ik draai er in mijn boeken nooit omheen dat je met een plakbandpensioen op een zijspoor belandt en in zekere zin zelfs in een soort schaduwwereld terechtkomt.


Er zitten heel veel interessante aspecten aan haar situatie, al was het maar vanwege het feit dat ze een veel oudere partner heeft. In mijn boeken benadruk ik dat financiële planning alles te maken heeft met gezinsplanning. Dat merkte ik zelf bijvoorbeeld op het moment dat ik stopte met werken terwijl ik nog een kind had op de middelbare school (en ik op zich de leeftijd had om al een paar keer opa te zijn). Maar je ziet dat ook terug bij leeftijdgenoten die een veel jongere vrouw hebben en vaak dus ook nog veel jongere kinderen. Het is voor een man van 55 nou eenmaal veel lastiger om tegen een vrouw van 42 te zeggen dat je langzaam wil gaan afbouwen dan wanneer je - zoals ik - een vrouw hebt die twee jaar ouder is en zelf dus al aardig tegen de zestig loopt.

Daarmee komen we meteen op een ander, nog veel interessanter aspect waarover ik in al die artikelen over het boek van Barbara van de Beukering niet echt iets heb gelezen. Als vrouw van 51 worstel je namelijk met één aspect waar je als man van die leeftijd nooit mee te maken krijgt. Als man neem - of in elk geval: nám - je je verantwoordelijkheid als kostwinner zonder dat je er veel over nadacht en zonder dat iemand je ooit vroeg wat je daar zelf nou eigenlijk van vond. Vrouwen van de leeftijd van Van de Beukering daarentegen torsen in hun rugzak óók nog eens die hele feministische erfenis mee van huisvrouwen die gefrustreerd waren omdat ze niet mochten werken en beleidsmakers die benadrukten dat een slimme meid op haar toekomst was voorbereid.  Emancipatie is zo synoniem aan arbeidsparticipatie en economische zelfstandigheid, dat stoppen met werken vanzelf een beetje voelt als verraad aan de vrouwenzaak.


Ondertussen kan ik alleen maar hopen dat Barbara van de Beukering tijdens haar zoektocht ook bovenstaand hoofdstuk heeft gelezen uit De omgekeerde werkweek, al was het maar omdat het misschien wel de belangrijkste paragraaf is uit mijn steeds verder uitdijende oeuvre. Over het onderwerp 'ambitie' valt oneindig veel te zeggen, aangezien daar vaak een compleet universum achter verscholen gaat en het zelden alleen maar een combinatie van werklust, prestatiedrang en eerzucht betreft. Het bewuste boek leek een beetje een gimmick (zeker vanwege de bijbehorende tagline waarin je 2 dagen werkt en 5 dagen vrij bent), maar het is van het grootste belang om zeker te weten dat je ambitie niet alleen maar het resultaat is van een verslaving, een valkuil of een verkapt vadercomplex (om er maar een paar te noemen uit het hele kwartetspel van verborgen motieven).

Misschien is het dus niet zo dat journalisten zitten te slapen, maar eerder dat ze het te druk hebben om dieper te graven. Zo zit ik nog altijd tevergeefs te wachten op een artikel over mensen die - zoals mijn eigen echtgenote - al in geen 25 jaar meer in een vliegtuig hebben gezeten (en ook zonder dat vliegangst daarbij een rol speelt). Als tegenhanger van al die jubelverhalen over 'langer leven' zou ik in de krant ook wel eens een artikel willen lezen met voorbeelden van mensen die daags na het behalen van hun AOW-datum dood zijn neergevallen. Maar het meest kijk ik nog uit naar een opiniestuk over die feministische erfenis waar ik het hierboven over heb of een introspectief stuk van een werkende vrouw waarin benadrukt wordt dat een fulltime baan niet per se zaligmakend, bevredigend of vervullend hoeft te zijn.