donderdag 22 september 2016

Een vogelhuisje is ook een soort tiny house

Afgelopen dinsdag zag ik in een bijna lege bioscoop in Rotterdam de film Captain Fantastic. In de kranten kreeg hij wisselende recensies, maar nadat ik op YouTube een stukje van de trailer had bekeken wist ik dat ik hem vanwege het onderwerp absoluut moest gaan zien. Dat geldt waarschijnlijk voor meer van mijn lezers, dus die kunnen dit blog maar beter overslaan vanwege alle spoilers. Tegelijk wordt dit geen echte recensie, omdat dat veel teveel zou lijken op mijn oude werk.
.

Voordat ik me volledig kon focussen op het schrijven van boeken, ben ik dertig jaar lang journalist geweest. Ik begon in 1983 bij De Groene Amsterdammer als recensent en dat ben ik gebleven tot ik op mijn 51ste aan mijn plakbandpensioen begon. In de tussenliggende periode kon ik geen boek lezen zonder dat ik er iets over moest schrijven of zonder dat ik de schrijver de volgende dag moest interviewen. Dat was geen straf, maar het zorgde er wel voor dat je altijd beroepsmatig met boeken bezig bent en nooit meer eens "zomaar" in een luie stoel ligt te lezen. Datzelfde gold in die periode voor bijna elke film of dvd die ik zag.

Nu ging ik blanco naar de bioscoop, zonder notitieboekje op zak en met niet meer dan schematische kennis van de inhoud. In het kort: Ben (Viggo Mortensen) woont met zijn 6 kinderen in een tiny house en een tipi in de bossen, ver van de bewoonde wereld. Niet alleen geeft hij ze thuis les, hij leert ze ook kleding maken en jagen. Alles ziet er even paradijselijk uit, inclusief een moestuin en - net een paar tellen in beeld - een platenspeler. Al snel blijkt niet alles rozengeur en maneschijn te zijn, want de afwezige vrouw van Ben is manisch-depressief en (spoiler alert!) snijdt haar polsen door in de kliniek waar ze verblijft.


Die tragische gebeurtenis is de aanleiding voor een roadtrip van het hele gezin naar de begrafenis, waar ze vanwege hun manier van leven en hun dwarse denkbeelden niet eens welkom zijn. Onderweg worden de kinderen van Ben voor het eerst geconfronteerd met de westerse consumptiemaatschappij, de drukte op de wegen, het overgewicht van de gemiddelde Amerikaan en de smartphones in de handen van leeftijdgenoten die allemaal een wat dommige indruk maken (terwijl zij op hun beurt weer geen benul hebben wie of wat een "Nike" is).

Het knappe van de film is, dat hij niet zomaar partij kiest. Ben is niet alleen een gezond levende idealist, maar ook een koppige fundamentalist die weigert water bij de wijn te doen en zijn kinderen dusdanig hersenspoelt dat ze alleen maar de keuze hebben tussen het Trotskisme en het Maoïsme. Samenvattend zou je zijn gezin kunnen omschrijven als een soort anti-kapitalistische Kelly Family die geen problemen heeft met proletarisch winkelen en niet alleen ver van de bewoonde wereld leeft maar ook wereldvreemd is. Het zijn survivalists, maar dan met een voorkeur voor Bach en vintage kleding uit de jaren zeventig.


Hoewel je dus geneigd bent zijn kant te kiezen vanwege zijn duurzame manier van leven, voel je ook begrip en sympathie voor zijn steenrijke schoonvader die zijn enige dochter moet begraven en Ben daar medeverantwoordelijk voor houdt. Daardoor schuurt Captain Fantastic op een subtiele manier, net zoals humoristische voorvallen voortdurend worden afgewisseld door dramatische momenten en pijnlijke situaties. De film houdt je als kijker ook een spiegel voor, want de kunst is het om totaal andere keuzes te maken in het leven zonder te veranderen in een vervelende, gelijkhebberige drammer die zelfs in eigen familiekring niet meer welkom is.

De film eindigt dan ook met de gulden middenweg die Ben ooit met oogkleppen op moet zijn gepasseerd op weg naar dat stukje ongerept bos ver weg van de beschaving. Je hoeft namelijk niet met scherpe speren op herten te gaan jagen om je punt te maken, net zoals je niet in een tent hoeft te gaan wonen om te ontspullen en te consuminderen. Het kan dus ook gewoon een klein huisje zijn met golfplaten op het dak, een kippenhok, een moestuin en kinderen die elke dag braaf met de schoolbus naar school gaan.

woensdag 21 september 2016

Gaat een plakbandpensioen eigenlijk niet snel vervelen?

Onlangs werd me tijdens een etentje met een collega-auteur op de man af gevraagd of ik soms "saai" ben. Op een dergelijke vraag kun je heel veel verschillende antwoorden geven (bijvoorbeeld dat het lastig is om dat zelf te beoordelen), maar ik herhaalde slechts wat ik hier thuis ook altijd zeg zodra er een bijwoord of een bijvoeglijk naamwoord in een zin gebruikt wordt. Op alles in het leven kun je namelijk een positief of een negatief etiket plakken. Het is ook maar waar je mijn plakbandpensioen mee vergelijkt: met het leven van Mick Jagger of met de omgekeerde werkweek van mijn vrouw?


Op zich is het een heel interessante en relevante vraag. Is een plakbandpensioen een saaie, lange rechte weg richting AOW-datum of is het zelfs op de slechtste momenten te verkiezen boven een kantoorbaan van 9 tot 5 die je net zo goed als "saai" zou kunnen betitelen. Zelf probeer ik me verre te houden van waardeoordelen, al is het alleen maar omdat je er zo weinig aan hebt. Zo kun je het feit dat ik nu al drie weken achter elkaar op dezelfde doordeweekse dag hetzelfde gerecht heb gekookt bestempelen als voorspelbaar en weinig fantasievol (of saai), maar net zo goed - zoals iemand op Facebook gisteren schreef - als "consistent".

Maar goed, we dwalen af. Laten we mijn leven maar eens vergelijken met de omgekeerde werkweek van mijn vrouw, die afgelopen maandag en dinsdag voor de klas stond. Wat deed ik in de tussentijd, als ik niet in een pan met pastasaus stond te roeren? Wel, ik begon de maandag in de achtertuin met een paar koppen koffie en de ochtendkrant, tot ik om tien uur werd opgehaald door een eveneens gepensioneerd familielid voor een heerlijke fietstocht van 60 kilometer door de Alblasserwaard. Het was zo vroeg op de dag en zo laat in het jaar net iets te kil voor blote armen, maar er stond weinig wind en het was heerlijk rustig op de weg.


Eenmaal weer thuis, dronken we nog een kop koffie en daarna lunchte ik op mijn gemak. De rest van de middag heb ik wat in de tuin gerommeld, platen gedraaid, een paar afleveringen van de serie Fargo gekeken op dvd, de was opgehangen,de vaatwasser uitgeruimd en een pizza gehaald omdat mijn vrouw ook nog een avondvergadering had en pas om tien uur thuis zou zijn. Toen dat eenmaal zover was, plofte ze moe neer op de bank om daar met de avondkrant en een glas witte wijn te genieten van een uurtje vrije tijd voordat ze haar bed indook.

De volgende dag stond ze om kwart voor zes op voor nog een werkdag, terwijl ik me nog eens omdraaide en pas om half acht uit bed kwam. Nadat ik mijn jongste zoon had uitgezwaaid naar school, las ik de krant en schreef ik een blog over carrière maken en deeltijdwerken. Daarna stapte ik om tien  uur op de fiets richting Rotterdam, want ik wilde om twaalf uur bij bioscoop Cinerama zijn aan de Westblaak. Dat bleek iets te ruim genomen, want ik was er al om kwart voor elf en dus had ik tijd zat om nog even binnen te wippen bij De Plaatboef waar ik voor een tientje twee tweedehands elpees kocht.


Een uur later was ik weer bij de bioscoop en had ik de grote zaal bijna voor mezelf alleen. Links achter mij zat nog een andere man en een paar rijen naar voren drie vrouwen, maar verder had ik het gevoel dat ik in een enorme huiskamer zat met de grootste breedbeeldtelevisie die er te koop is. Morgen zal ik uitgebreid verslag doen van deze film (en uitleggen waarom ik hem per se wilde zien), maar hier volsta ik met de mededeling dat ik twee uur heb genoten en vervolgens op mijn gemak weer naar huis ben gefietst (hoewel ik nog wel een stuk in het wiel van een wielrenner heb gereden, wat een tamelijk koddig gezicht geweest moet zijn aangezien ik ook nog een platentasje in mijn hand had.

Thuis heb ik nog even thee gedronken in de tuin en wat tomaten geplukt, daarna heb ik gekookt in afwachting van mijn vrouw die vandaag om zes uur thuis kwam. Onder het eten hebben we naar Toren C gekeken en naar De Grote Verbouwing van afgelopen zondag (want we hebben inmiddels weer tv, maar niet langer via de kabel en niet meer bij Ziggo). Daarna thee gezet, krant gelezen, samen een aflevering gekeken van het tweede seizoen van The Legacy, een paar woordjes aangelegd  bij WordFeud en daarna nog een van mijn aankopen gedraaid.


Of dat dus twee saaie dagen waren of twee heerlijke, afwisselende dagen met veel lichaamsbeweging en weinig stress, mag iedereen zelf bepalen. Zelf zou ik in elk geval voor geen goud mijn oude baan terug willen hebben en ook niet graag willen ruilen met de omgekeerde werkweek van mijn vrouw. Hoe je je tijd ook vult en wat je ook leuk vindt om te doen, een plakbandpensioen is per definitie opwindend omdat je strikt genomen nog eigenlijk helemaal geen recht hebt op zoveel vrije tijd. Je mag dat wat mij betreft dus met een gerust hart "saai" noemen, maar zelf beschouw ik het eerder als vijftien jaar aan één stuk achter elkaar spijbelen.

dinsdag 20 september 2016

Liever een deeltijdbaan dan een burnout op je dertigste

Gisteren schreef Annemarie van Gaal in De Telegraaf over een probleem dat zo onuitroeibaar is, dat er waarschijnlijk nog steeds over gediscussieerd wordt als mijn kinderen de AOW-leeftijd hebben bereikt. Volgens Van Gaal zijn er veel te weinig vrouwen te vinden in topfuncties in het bedrijfsleven, zo weinig zelfs dat we "schandalig achterlopen". Volgens haar ligt dat aan de overheid, terwijl ik zelf meer neig naar de nuchtere verklaring die Kirsten Dunst geeft in de televisieserie Fargo en ik zelf niet graag zou willen dat een au-pair mijn kinderen had opgevoed.


Laten we voorop stellen dat ik een andere kijk heb op "werk" en "carrière" dan mevrouw Van Gaal. Volgens haar moet je jaren afzien en lange werkdagen maken om de top te bereiken, terwijl ik juist kritiek heb op het feit dat emancipatie vaak veel te beperkt wordt gedefinieerd als arbeidsparticipatie. Maar Van Gaal houdt stug vast aan de gewenste 30% vrouwen in de top als streefgetal en pleit ervoor om fulltime werkende vrouwen (met een fulltime werkende man) te ontlasten door een au pair in huis te nemen. Dat is duur, maar de overheid zou dat - net als kinderopvang - moeten aanmoedigen en subsidiëren.

Ik snap haar standpunt, maar vind het ronduit armoedig als je allebei zo hard aan het werk bent dat een ander je kinderen opvoedt, je huis schoonmaakt, de boodschappen doet en een maaltijd op tafel zet. Met een deeltijdbaan haal je weliswaar nooit de top, maar heb je vaak wel het beste van twee werelden: je houdt genoeg tijd voor jezelf over (zeker als de kinderen eenmaal naar school gaan en je zo slim bent geweest een basisschool te zoeken met een continu rooster), je draagt financieel bij aan het huishouden en je profiteert van alle bijkomende voordelen van een baan.


Toevallig was ik afgelopen vrijdagmiddag op een verjaardag waar twee jonge vrouwen aanwezig waren die elkaar vertelden over de hartkloppingen en de hyperventilatie die de combinatie van zorg en betaald werk in hun geval opleverde. Ze wilden wel werken ("want dat vind ik leuk"), maar ze wilden tegelijk niet te veel uren draaien en niet te veel verantwoordelijkheid dragen, misschien ook wel omdat je als vrouw thuis óók al een soort manager bent die voor alles verantwoordelijk is of in ieder geval het gevoel heeft dat te zijn.

Die combinatie is zwaar. In de laatste aflevering van het tweede seizoen van de serie Fargo noemt het personage van Kirsten Dunst het dan ook een "leugen" dat je als vrouw tegelijk de perfecte moeder, de perfecte echtgenote én de perfecte werkneemster kunt zijn. Niet alleen leg je dan de lat te hoog, je maakt van het leven ook een lastige hordenloop die vraagt om blessures. Als je dat vervolgens rennend en vliegend moet gaan repareren met een au pair of een oppas aan huis, kun je op zaterdagavond net zo goed een call-girl voor je partner bestellen als je hoofdpijn hebt want dat is maar een piepklein stapje verder.


Er zijn dus vrouwen die andere vrouwen een joekel van een schuldgevoel bezorgen en vrouwen die nuchter constateren dat er in een dag nou eenmaal "geen 37 uur zitten" en je dus realistisch moet zijn in je verwachtingen. Als je carrière wil maken als vrouw, is dat prima, maar je moet dan wel bereid zijn daarvoor een hoge prijs te betalen. En je moet je ook afvragen wat je zou doen als je op je zestigste van de huisarts te horen krijgt dat je nog maar een halfjaar te leven hebt. Ga je dan nóg harder werken of zeg je dan meteen je baan op en ga je samen reizen maken zolang het nog kan? Denk daar heel goed over na, want het antwoord dat je op die vraag geeft zou de keuzes moeten bepalen die je vandaag maakt.

maandag 19 september 2016

Geen plakbandpensioen voor de platenverkoper

Afgelopen vrijdag werd ik weer eens geconfronteerd met het feit dat er, door allerlei omstandigheden, soms helemaal niets terechtkomt van al je "plakbandpensioenplannetjes". Door een vriend was ik getipt dat er in Rotterdam Zuid een platenzaak zit die er binnenkort mee ophoudt en nu leegverkoop hield. Toen ik een stapeltje vinyl afrekende, vertelde de eigenaar dat hij ooit gehoopt had op zijn zestigste te gaan "rentenieren". In plaats daarvan moet hij nu op die leeftijd de bijstand in met een hoop schulden bij vrienden en bekenden.


Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik niet eens wist dat deze winkel bestond, terwijl hij al in het jaar 2000 zijn deuren opende en het zaakje zich op fietsafstand van mijn huis bevindt. Na het eerste jaar bekeek hij de omzet en rekende hij uit dat hij, als het zo doorging, op zijn zestigste - zoals hij het zelf uitdrukte - zou kunnen gaan rentenieren. In die tijd liep iedereen nog met een discman en was een cd nog een gewild hebbeding. Hij verkocht ook tweedehands langspeelplaten, maar de echte vinyl-revival moest nog beginnen.

Daarna ging alles mis in zijn branche. Eerst kreeg hij een klap van de invoering van de euro, toen was daar ineens de MP3 en nam het (illegaal) downloaden van muziek een hogee vlucht. Inmiddels heeft zo'n beetje iedereen met een internetaansluiting Spotify waardoor jongeren het gevoel hebben dat muziek - zoals radiopresentator Gerard Ekdom het omschrijft - "uit de kraan komt". Daardoor is de verkoop van cd's sterk teruggelopen en die van tweedehands exemplaren zo goed als stil komen te liggen.


Van de recente opleving van vinyl (want ik ben lang niet de enige die recentelijk een nieuwe platenspeler heeft gekocht en weer van voren af aan is gaan verzamelen) profiteerde hij weer amper door de weinig centrale ligging van zijn winkel en de focus die in zijn winkel nog altijd ligt op de plastic doosjes. Het is gek hoe dat gaat: een jaar geleden griste ik het pakje nog uit handen van de postbode als daarin een gloednieuwe cd zat, nu loop ik om de bakken met gebruikte exemplaren heen alsof het volgepoepte luiers zijn.

Hoewel hij "maar" 10% korting bood, kocht ik voor 35 euro net zoveel platen als ik kon dragen op de fiets (in een katoenen tasjes op het stuur). Daarmee financier ik dan nog een piepklein beetje zijn plakbandpensioen, want met de opbrengst van wat hij verkoopt kan hij de schulden terugbetalen die hij heeft gemaakt. Terwijl de omzet de afgelopen jaren steeds verder terugliep, zat hij vast aan een huurcontract en probeerde hij de zaak zo lang mogelijk te rekken en te redden. Op het laatst moest hij zelfs dierbare platen uit zijn eigen collectie in de schappen leggen om zijn hoofd boven water te houden.


Binnenkort sluit de winkel definitief zijn deuren en dan wacht hem nog zeven jaar bijstand, compleet met alle bijbehorende verplichte sollicitaties en vernederende situaties. Niet alleen zie je zo als 60-jarige muziekliefhebber en ondernemer je droom in duigen vallen, je staat ook met lege handen terwijl je eigenlijk een schouderklopje verdient voor alle moeite en een onvoorwaardelijk basisinkomen tot aan je AOW-datum. Dat schoot allemaal door me heen, toen ik met mijn aanwinsten naar huis fietste.

Pas later bedacht ik dat zijn verhaal laat zien hoe technologische ontwikkelingen een bepaalde sector kunnen ontwrichten en ook hoe snel dat kan gaan. Vijftien jaar terug waren de glimmende schijfjes nog gouden handel, nu is een stapeltje cd's bij wijze van spreken net zo weinig waard als een even hoge stapel bierviltjes. Met die veelbesproken "robotisering" kan het dus allemaal best meevallen, omdat er allemaal nieuwe banen bijkomen waarvan we nu nog niet eens het bestaan kennen, maar het kan ook razendsnel gaan en ons zo overrompelen dat we niet eens de tijd hebben om onze plannen bij te stellen.

vrijdag 16 september 2016

Studeren was vroeger niet gratis, wél een stuk beter

Donderdag stond er een bericht in De Volkskrant dat verbazingwekkend genoeg niet veel stof heeft doen opwaaien. Uit een analyse van scripties die zijn geschreven tussen 1998 en 2014 blijkt dat de kwaliteit van het universitair onderwijs achteruit is gehold. Als gezegd wordt dat de jongste generatie het slechter krijgt dan de vorige, hebben ze dus gelijk als het om het scholing gaat. Waarschijnlijk zou het beeld nog veel dramatischer zijn als ze nóg verder terug gingen in de tijd, want ik heb zelf eind jaren tachtig meegemaakt hoe de studieduur van 5,5 jaar werd teruggebracht naar 4: niet door hetzelfde lesmateriaal in vier jaar te proppen, maar door anderhalf jaar aan vakken te schrappen.


Natuurlijk is het maar een steekproef, maar toch is het opmerkelijk dat het bericht uit de krant niet tot veel meer verontwaardiging heeft geleid. Scripties die nu met een 9 worden beloond aan de VU zouden twee decennia geleden hooguit goed zijn geweest voor een 6,6. Dat betekent dat je dus nog wel wat vraagtekens mag zetten bij de groeiend aantal mensen met een masterdiploma. Er studeren steeds meer mensen af aan universiteiten, maar tegelijk zouden ze het bij een kennisquiz waarschijnlijk afleggen tegen elke willekeurige HBS-er. In die zin hebben de babyboomers het dus inderdaad veel beter: ze hebben het beste onderwijs genoten.

Dit stuk schrijf ik dus ook niet om te laten zien hoe slim ik zelf ben, want ik ben er - zonder onderzoek - heilig van overtuigd dat de generatie die vlak voor mij zat beter onderwijs heeft genoten dan ik. Zelf heb ik meegemaakt hoe eind jaren tachtig het studeren "nieuwe stijl" werd ingevoerd. In die tijd deed je doorgaans een jaar of zes over de universiteit en dat was niet zomaar zo: het programma besloeg op zichzelf al 5,5 jaar. Dat was te lang volgens de overheid, dus er werd flink in het lesprogramma gesnoeid om aan een studieduur van 4 jaar te komen. Het oude studieprogramma werd toen meteen ook maar "oude stijl" gedoopt, alsof het om een andere kleur behang ging in plaats van om een kaalslag.

Zo doet het merkwaardige feit zich voor dat ik zes jaar heb moeten studeren om drs. (nu: master) planologie te worden, terwijl ik een heleboel vakken ineens niet meer hoefde te doen om mezelf ook politicoloog  te mogen noemen. Dat heb ik in besloten kring om die reden wel eens een "waspoederdiploma" genoemd, hoewel het niet onderdoet voor het huidige programma en alleen maar verbleekt bij de tijd ervoor. De teloorgang van het hoger onderwijs is dus toen al begonnen en dat haal je ook niet meer in door bij kleuters de ambitie te gaan aanwakkeren en kinderen op steeds jongere leeftijd lastig te gaan vallen met kennisoverdracht en testjes.


Geconcludeerd mag worden dat studeren vroeger dus niet gratis was (ik had een studieschuld van 20.000 gulden), maar wel stukken beter. Toevallig las ik deze zomer nog dat de jongste lichting toeristen geen woord Frans meer spreekt, terwijl HBS-ers zich makkelijk konden redden in zowel Duitsland als Frankrijk. Ooit stonden we bekend als het talenwonder van Europa, nu beheersen we alleen het Engels nog in de veronderstelling dat je daarmee overal terecht kunt. Ik kan je vertellen dat dat dat niet zo is, maar óók dat je als journalist een absolute voorsprong hebt als je interviews kunt doen in de moedertaal van je gesprekspartner.

Het verhaal dat de jongste generatie het slechter krijgt, klopt dus als het om universitair onderwijs gaat, want ik zou wel eens willen weten hoe de scripties die afgelopen zomer zijn ingeleverd zich verhouden tot die uit 1985 of 1975. Waarschijnlijk schrik je je je de blaren, tenzij de teloorgang pas later is ingezet en vervolgens in een stroomversnelling terecht is gekomen. Hoe die achteruitgang te stoppen is, weet ik niet maar het helpt in elk geval niet om te doen alsof er niets aan de hand is of je blind te staren op technologie en met tablets te gaan strooien in de hoop dat iedereen dan vanzelf een soort Einstein wordt.

Los van dit hele verhaal geldt dat het idee van een heel leven lang leren helemaal niet zo slecht is, want ik heb pas goed Duits leren spreken ná de middelbare school (nadat ik het in de vijfde klas heb laten vallen ten faveure van Grieks) en er liggen nog steeds boeken op mijn nachtkastje die te maken hebben met politiek, economie, sociologie en psychologie. Een diploma is maar een papiertje en een scriptie is maar een stapel papier, terwijl je je brein nog een heel leven lang kunt blijven bijspijkeren.

woensdag 14 september 2016

Zelfs Anouk zou liever willen stoppen met werken

Vanmorgen las ik in De Telegraaf dat Anouk graag zou willen stoppen met werken, maar dat voorlopig niet kan omdat ze zes kinderen groot moet brengen. Dat nieuws bleek een dag eerder al in het AD te hebben gestaan met als extra toevoeging dat ze in dat geval al op haar 41ste op een eiland in het zonnetje zou zijn gaan zitten met een paar flessen wijn bij zich. Daarmee doorbreekt de Haagse zangeres in één  klap twee taboes: dat op lekker nietsdoen én op verplicht doorwerken vanwege financiële verplichtingen.


Het wordt één van de belangrijkste thema's uit mijn volgende boek: wat gaat mensen doen als ze niet meer hoeven te werken voor hun geld? Voorstanders van het basisinkomen hebben daar heel optimistische ideeën over, terwijl ik me eerlijk gezegd wel eens afvraag of de meeste van mijn vrienden en bekenden dan nog wel om half zeven de wekker zouden zetten om naar hun werk te gaan. Het lastige is dat je dat als mens pas echt weet wanneer het zover is en dat maakt discussies over dit onderwerp ook zo lastig.

Om die reden zeg ik weleens - half voor de grap - dat ik alleen goede raad aanneem van mensen die in een villa met een zwembad wonen en niet (meer) hoeven te werken voor de kost. Dat is in zoverre een grap, omdat het ook een tiny house of een tipi mag zijn. De meeste mensen werken de eerste week van de maand alleen voor de huur of hypotheek, dus het is interessant welke keuzes je maakt als je helemaal geen woonlasten meer hebt. Ga je dan meer uitgeven, meer sparen of ga je een dag minder werken?


Zelf heb ik nadrukkelijk voor die laatste optie gekozen en ik ben niet de enige. Afgelopen zaterdag stond er een interessant interview met George van Houts in NRC Weekend (bekend van De Verleiders) dat de indruk wekt dat hij óf Hypotheekvrij! heeft gelezen óf voortgedreven wordt door dezelfde hang naar vrijheid en onafhankelijkheid als ik. Van Houts vertelt daarin over de dure villa die hij heeft gekocht nadat hij zijn oude Amsterdamse huis in de jaren negentig met forse winst had verkocht. Op zich was dat een slimme zet, ware het niet dat hij dat nieuwe huis waarschijnlijk heeft gefinancierd met een aflossingsvrije hypotheek.

Van Houts zegt een hoop zinnige dingen, onder meer over het feit dat ook consumenten in de jaren negentig "gelddronken" waren. Iedereen ging opeens met dollartekens in de ogen beleggen en we wilden allemaal een graantje meepikken van de huizenboom. In mijn boeken vertel ik dat wij ook aangestoken werden door dat optimisme en - misschien mede door de leeftijd - vanuit een soort overmoedigheid verkeerde beslissingen namen. Zo snap ik nog steeds niet wat ik precies met een tweede huis moest als ik al één leuk vrijstaand huisje heb.


Welke conclusies je daaruit trekt en welke weg je vervolgens inslaat, verschilt per individu. Van Houts zou het liefst weer gaan huren en geniet nu al van de creatieve vrijheid die een goedkoper huis hem biedt. Hij is drie jaar ouder dan ik maar staat met tomeloze energie op de planken en heeft nauwelijks een gaatje vrij in zijn agenda voor het gesprek met NRC. In die zin lijkt zijn dagelijks leven absoluut niet op het mijne, terwijl ik ooit eveneens bedacht heb dat ik "niet tot mijn dood rente wil blijven betalen aan de bank".

Aan het einde van het gesprek krijg je de indruk dat de paranoia hem te pakken begint te krijgen, want hij heeft zijn geld in edelmetalen en bitcoins gestopt, pleit ervoor spaargeld over diverse banken te spreiden en bereidt een solovoorstelling voor over complotten waarbij hij ook 9/11 onder de loep neemt. Volgens hem leven we in een luchtbel die op knappen staat, maar beseffen we dat alleen nog niet. Vraag is of hij te somber is en te veel samenzweringsverhalen heeft gelezen op internet, of dat het systeem inderdaad op instorten staat. Daar kan ik geen antwoord op geven, behalve dat ik de rest van de dag op mijn eigen "eiland" ga zitten doen waar Anouk van droomt, maar dan zonder flessen wijn én met een dik boek van Nico Dijkshoorn.



dinsdag 13 september 2016

Een vroegpensioen is een besmettelijk virus

Gekscherend zeg ik wel eens dat ik mensen met mijn boek Hypotheekvrij meer slapeloze nachten heb bezorgd dan met al mijn thrillers bij elkaar. Eigenlijk had er op de cover een soort waarschuwingssticker moeten zitten, want lezen is niet zonder risico: na afloop wil je nog maar één ding en dat is aflossen. Met mijn  laatste boek lijkt het precies dezelfde kant op te gaan. Elke 45-plusser die Het plakbandpensioen heeft gelezen, gaat gegarandeerd zitten rekenen op welke manier hij eerder met pensioen kan. Dat geldt zeker wanneer je elke extra gewerkte dag na je 62ste gaat zien als dwangarbeid, zoals een briefschrijver in het AD van afgelopen zaterdag.


Laat ik echter bij het begin beginnen. Gisteren deed ik verslag van alle leuke dingen die we op donderdag en vrijdag hadden ondernomen, maar zaterdag deed ik daar nog een schepje bovenop. Om twaalf uur, nadat ik eerst bij mijn boekhandel een stapel zaterdagkranten had gehaald en even bij de bibliotheek naar binnen was gewipt, stapte ik op de fiets richting Rozenbrug om daar over te varen naar Maassluis. Die fietstocht van ongeveer 44 kilometer voerde me door het Botlekgebied en vervolgens naar het kassengebied rond De Lier.


Doel van de trip was het tiny house van Shirly en Roy dat in drie maanden gebouwd was en nu van binnen en buiten kon worden bewonderd. Pas ter plekke bedacht ik dat ik al in 2011 (!) een artikel schreef over dit uit Amerika overgewaaide fenomeen, maar dat ik er nu pas voor het eerst eentje in het echt zag. Het zag er schitterend uit en heel erg romantisch, maar toch is het even slikken om te zien dat hun complete huis niet veel groter is dan onze toch al behoorlijk bescheiden woonkamer. In de zomer lijkt me dat geen enkel probleem, maar in de wintermaanden zit je toch een beetje op elkaars lip.


Om kwart voor zes was ik weer thuis en had ik net tijd genoeg om snel even te douchen en me om te kleden voordat ik op de fiets sprong (een gewone deze keer) richting het Zuiderpark in Rotterdam. Daar was de hele dag het gratis festival Baroeg Open Air, maar ik ging alleen voor de band Discharge die om 19.40 uur op het hoofdpodium werd verwacht. Met mijn hoofd zat ik nog een beetje in de racemodus zodat ik op de oude fiets van wijlen mijn schoonvader onderweg allerlei mensen met sportfietsen en e-bikes inhaalde. Daardoor was ik ruim op tijd en kon ik nog even over het festivalterrein slenteren terwijl mijn jeugdhelden aan het soundchecken waren.



Doorgaans zijn onze doordeweekse dagen en weekenden wat minder druk en vol, maar dit illustreert wel aardig dat een vroegpensioen eerder lijkt op een tweede jeugd dan op een volgende stap richting verpleeghuis. Op zondag bleven we thuis, want mijn jongste zoon is van 11 september en de hele familie kwam langs. Mijn oudste broer was er het eerst en die vertelde het verhaal van een man die op zijn 53ste zijn huis had verkocht en nu, met flink wat spaargeld op de bank, in Portugal was begonnen aan een nieuw leven. Hij kende ook nog een andere man van begin vijftig die niet alleen had uitgerekend hoeveel jaar hij officieel nog zou moeten doorwerken, maar ook hoe hij daar onderuit kon komen.

Vroegpensioen is - zo blijkt maar weer eens - een besmettelijk virus. Of je nu op het idee komt door mijn laatste boek of door dit soort vluchtverhalen, het werkt aanstekelijk. Andersom is het uitgesproken zuur wanneer je op je 62ste nog vijf jaar voor de boeg hebt en geen reserves hebt om op terug te vallen. Niet voor niets spreekt die briefschrijver in het AD bitter over vijf jaar werkstraf ofwel een taakstraf van 10.000 uur. Zo haal je de finish slechts met lood in je schoenen en is elke werkdag een bezoeking. Feitelijk kun je spreken over vijf verloren jaren, zeker als je al die tijd gerekend had op een prepensioen


In mijn laatste boek maak ik een soortgelijk rekensommetje als ik het heb over de vijf jaar die ik ga overbruggen met mijn eigen spaargeld. Ik noem dan nog niet eens alle voordelen, want ik had ook kunnen schrijven dat ik alleen het eerste jaar al net zoveel vakantiedagen heb als iemand anders in twintig jaar loondienst. Feit is dat ik 1800 dagen achter elkaar totaal vrij ben om te doen en laten wat ik wil en dus ook niks mis van het mooie september weer dat zich geheel naar mijn wensen en verlangens lijkt te voegen. Logisch dus dat het idee van een plakbandpensioen mensen niet alleen aanspreekt, maar hen ook niet zo snel meer loslaat...