Zoeken

dinsdag 21 februari 2017

Wat is eigenlijk precies de definitie van "pensioen"?

Vorige week donderdag hield ik een praatje in de prachtige nieuwe bibliotheek van Barendrecht dat anders was dan mijn "gewone" lezingen. Het was de derde in een reeks van gesprekken onder de noemer "huis-, tuin- en keukenfilosofie", dus wat mij betreft kon het deze keer inderdaad wat méér gaan over de filosofische en psychologische aspecten van financiële planning (en dan vooral van de manier waarop wij dat hebben aangepakt). De zaal zat niet alleen helemaal vol, maar zat ook vol vragen die ik allemaal zo goed mogelijk heb proberen te beantwoorden. Ook de vraag van die ene meneer die mopperde dat ik eigenlijk helemaal niet echt met pensioen ben.


Het was een geslaagde avond waarbij ik niet alleen bekenden tegenkwam, maar ook verschillende bekende gezichten en zelfs een aantal min of meer Bekende Nederlanders (bijvoorbeeld schrijver John Brosens en kunstenares Anne van Dalen, de eerste vrouw in Nederland met een echt basisinkomen). Ik begon met het vertellen van mijn persoonlijke verhaal, dat steeds lastiger samen te vatten is omdat er binnenkort zes delen zijn in de serie met in totaal 1500 pagina's. Zo bekeken ben ik bezig aan een soort Lord of the Rings over aflossen, loslaten en verlossing. In een praatje van drie kwartier kan ik natuurlijk niet alles aan bod laten komen, maar ik probeerde wel de hoofdlijnen te schetsen, inclusief alle consequenties waar je onherroepelijk mee te maken krijgt wanneer je de hoofdweg verlaat.

Na afloop werd ik aangesproken door een mevrouw die tijdens de avond had bedacht (of misschien thuis al tijdens het lezen) dat ik met het aflossen van mijn hypotheek een "verzekering had afgesloten waardoor mijn leven een aaneenschakeling was van fijne verrassingen in plaats van nare verrassingen". Dat is heel mooi gezegd en ook een beetje waar, al is het natuurlijk niet zo dat elk sprookje dat met aflossen begint eindigt met de conclusie dat ze daarna nog lang en gelukkig leefden in hun hypotheekvrije huisje. Zelf had deze mevrouw samen met haar man bewust een huis gekocht op één salaris, wat haar later in haar leven in staat stelde haar baan op te zeggen om fulltime te gaan zorgen voor haar gehandicapte kind.


Er werden veel vragen gesteld en ook kritische opmerkingen geplaatst. Dat is prima en dat gaf me ook de gelegenheid om nog eens te benadrukken dat ik mensen met mijn boeken alleen maar probeer te inspireren. Ik laat slechts zien wat wij gedaan hebben, dat je andere keuzes kunt maken en tegen bestaande zaken heel anders aan kunt kijken. Verder ben ik natuurlijk geen politieke partij die al zijn mooie plannetjes moet laten doorrekenen door het CPB. Wat goed is voor jou op microniveau , hoeft helemaal niet goed te zijn voor de maatschappij als geheel. Wie zuinig leeft, is zuinig op de aarde maar creëert wel een joekel van een begrotingstekort doordat hij minder belasting betaalt en ook minder opbrengt aan accijns en BTW.

Dat ik soms kritische vragen krijg is logisch en ook volkomen verklaarbaar. Door heel andere keuzes te maken zet ik namelijk automatisch vraagtekens - zonder dat bewust te doen of na te streven - bij de keuzes die andere mensen hebben gemaakt. Dat kan over je vakantiebestemming gaan, de auto die voor je deur staat of de manier waarop je je huis hebt gefinancierd, maar ook over wat je belangrijk vindt in het leven, waar je van geniet, waar je de lat legt qua welvaart, wat je bereid bent te laten en hoe lang je besluit door te werken. Mijn verhaal inspireert en motiveert, maar het kan mensen ook onzeker maken en aan het twijfelen brengen.


Een van de vragenstellers mopperde dat ik helemaal niet echt met "pensioen" was, omdat ik wekelijks een column schrijf, op 1 mei weer een nieuw boek bij mij uitgever inlever en een vrouw heb met een parttime baan. Van al die dingen maak ik geen geheim, maar tegelijk kun je je afvragen wat eigenlijk de definitie is van pensioen. Uiteraard ga ik in Het plakbandpensioen uitgebreid in op de vraag, maar lang niet alle aanwezigen hadden iets van mij gelezen of alles van mij gelezen. Met "pensioen" bedoel ik in elk geval niet dat je met je armen over elkaar achter de geraniums moet gaan zitten, want dat is saai en geestdodend, zeker als je al op je 55ste stopt met werken.

Onder pensioen versta ik de situatie (waarin ik sinds 1 mei 2016 verkeer) dat je niet langer hoeft te werken voor je geld zonder dat je daarbij een beroep hoeft te doen op toeslagen of een uitkering. Alles wat ik sindsdien doe, doe ik omdat ik het leuk vind of omdat ik er zin in heb en niet voor het geld. Dat wil niet zeggen dat ik dingen tegenwoordig helemaal grátis doe, maar wel dat ik regelmatig "nee'"  zeg tegen bepaalde klussen of opdrachten omdat ik er geen zin in heb en me dat financieel ook kan veroorloven. Ik doe dus liever iets wat plezier of voldoening oplevert, dan dat ik me met tegenzin ergens toe laat verplichten omdat het geld in het laatje brengt.

vrijdag 17 februari 2017

Elke vrijdag geef ik toe aan mijn verslaving

In de bioscoop zag ik niet alleen de perfecte anti-rookreclame (in een spotje waarin met een wrange knipoog de keiharde feiten over roken als verslavende doodsoorzaak worden gemeld), maar prijst de bioscoopketen zelf ook de minstens even verslavende Cinevillepas aan. Met dat ding op zak - te koop voor 19 euro per maand - hoef je bij de kassa maar even te wapperen met je pasje om wéér "gratis" een film te mogen zien. En dus is het tegenwoordig op vrijdag alleen nog maar de vraag naar welke film ik nu weer eens zal gaan kijken en in welke bioscoop.


Toen ik die pas op 31 december bestelde, was het nog even de vraag of hij zijn geld op zou gaan brengen. Ik ben verslaafd aan tv-series en deed al aan bingewatchen voordat ik die term voor het eerst hoorde, maar de bioscoop was lange tijd een brug te ver. Letterlijk zelfs, want om bij Cinerama of Kino in het centrum van Rotterdam te komen, moet ik de Willemsbrug over en als ik kies voor The Movies in Dordrecht wacht mij een oeververbinding over de rivier de Merwede. In zekere zin was ik een muziekfreak die de hele dag naar muziek luisterde, maar nooit meer een van zijn lievelingsbands live zag optreden.

Hoe kan dat? Voor een deel is het een leeftijdskwestie, maar het heeft vooral te maken met onze gezinssituatie. Met kleine kinderen is elk avondje uit een soort militaire missie, want zomaar spontaan een filmpje pikken is er niet bij als je eerst een oppas moet zien te regelen. Die periode hebben we al enige tijd achter de rug (mijn jongste zoon is inmiddels zelfs oud genoeg om op andermans kinderen te kunnen passen), maar op de een of andere manier is dat hele vanzelfsprekende idee van naar de bioscoop gaan dan al spoorloos uit je systeem verdwenen.


Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik nog niet zo lang geleden zelfs een paar bioscoopbonnen in de vuilnisbak heb moeten kieperen, omdat ze niet meer geldig waren. Ik wist niet dat je ze voor een bepaalde datum moest besteden, maar het laat wel zien dat ik niet stond te trappelen om naar de bioscoop te gaan. Tot voor kort had ik aan een Cinevillepas dus net zoveel als aan het lidmaatschap van een bridgeclub of een lingeriebon voor mijn verjaardag. Ik keek heel veel naar films, maar ik ging nooit meer naar de film.

Terug redenerend moet het er ook mee te maken hebben dat ik een bezoek aan de bioscoop associeerde met moeilijk gezoek naar een parkeerplaats en zulke hoge parkeertarieven dat je feitelijk nóg een bioscoopkaartje kocht. Daar komt waarschijnlijk ook het idee vandaan dat ik iemand ben die een hekel heeft aan grote, drukke steden, terwijl ik er in werkelijkheid alleen maar een hekel aan heb om met de auto naar het stadscentrum te gaan en het juist heerlijk vind om er op mijn fiets kriskras doorheen te sjezen. Zo zie je maar dat je imago soms niet klopt en ook je zelfbeeld nodig moet worden bijgesteld.


Na tien films in zes tijd weken tijd (en vandaag nummer elf) hoef ik me niet meer af te vragen of mijn Cinevillepas zijn geld inmiddels al heeft opgebracht. Vraag is juist of je wel in dat soort termen moet denken en misschien ook wel wat er mogelijk nog méér ontbreekt aan je huidige leven. Dat ik in anderhalve maand al meer films in de bioscoop heb gezien dan de afgelopen vijf jaar - gok ik, maar ik ga het nog even opzoeken in mijn oude agenda's - laat zien dat ik tot voor kort iets helemaal verkeerd deed. In zekere zin gedroeg ik me als een boekenwurm die van plan was ná zijn pensioendatum eens lekker ongestoord te gaan lezen.

Nu stel ik niks meer uit en zit ik me op dinsdag al te verheugen op de film die ik op vrijdag wil gaan zien. Daarbij kan ik niet alleen kiezen uit heel veel verschillende films, maar ook uit vier verschillende bioscopen op rij-afstand. Daarbij geeft de aanvangstijd meestal de doorslag, want ik vind het heerlijk als de bioscoopzaal bijna leeg is zodat het lijkt of ik een privé-voorstelling krijg. Dus ook vandaag stap ik al om elf uur op de fiets en is het alleen nog de vraag of de keuze uiteindelijk is gevallen op Moonlight, Tour de France of Paterson.

dinsdag 14 februari 2017

De beste remedie tegen een burn-out is helaas niet te betalen

Vorige week zag ik bij DWDD twee oncologen die zich erover beklaagden dat kankerbehandelingen steeds duurder worden. Sommige behandelingen komen uit op meer dan een ton per patiënt, zodat je in feite je huis zou moeten verkopen als je het zelf moest bekostigen. Daar moest ik ineens aan denken toen psychiater Witte Hoogendijk een paar dagen later in Nieuwsuur de vraag kreeg wat nu eigenlijk de beste remedie is tegen de toenemende stress in de samenleving. Hoogendijk mompelde wat over "mindfulness" en zei dat het kon helpen als je besefte dat ons vissenbrein te primitief is voor de moderne maatschappij, maar het enige echte antwoord bleef uit. De beste remedie tegen een burn-out is is in de meeste gevallen namelijk niet te betalen omdat het betekent dat je zou acuut moeten stoppen met betaald werk.


Het verhaal van Hoogendijk kwam in Nieuwsuur minder goed uit de verf dan in het paginagrote artikel in NRC Weekend van afgelopen zaterdag, maar dat is eigen aan het medium televisie. Zelf ben ik in ieder geval van plan om zijn boek (dat hij samen met Wilma de Rek schreef) over stress te gaan lezen, omdat het naadloos aansluit op wat ik in mijn eigen boeken ook al vaststel. Hoe manmoedig we ook proberen om alle technologische ontwikkelingen bij te benen, er komt simpelweg te veel op ons af en we reageren daar ook op de verkeerde manier op. Ons reptielenbrein (Hoogendijk noemt het een vissenbrein) is erop gericht adequaat te reageren op gevaren die allang niet meer bestaan en geeft daarom voortdurend een vals alarm af.

Hoogendijk noemt de mens een opgelapte auto met een verouderd alarmsysteem en die vergelijking klopt helemaal als je je daarbij een grote Amerikaanse auto voorstelt die met knipperende alarmlichten staat te loeien langs het trottoir omdat iemand er per ongeluk iets te dicht langs is gelopen. We krijgen angstaanvallen en hebben last van hyperventilatie, terwijl er geen sprake is van levensbedreigend gevaar en we in feite alleen maar chronisch overbelast zijn. De beste remedie is: stoppen met werken, stoppen met televisiekijken en stoppen met shoppen. Je kunt dat ook samenvatten en zeggen dat je moet stoppen met jezelf gek te laten maken.


Wie Het nieuwe nietsdoen heeft gelezen, zal die analyse bekend voorkomen. Hoogendijk vertelt in de kern dan ook niets nieuws, maar vertelt wel het hele verhaal en geeft dat ook een solide wetenschappelijk fundament. De verbaasde reactie van de presentatrice van Nieuwsuur verbaasde me wel enigszins, want ik noem de moderne mens in een van mijn andere boeken een savannebewoner met een smartphone, terwijl Ronald Giphart in het samen met Mark van Vugt geschreven Mismatch precies hetzelfde concludeert en er zelfs een heel boek aan wijdt. Of we dat nu leuk vinden of niet, de ontwikkeling van ons brein loopt ver achter op maatschappelijke ontwikkelingen en raakt alleen maar steeds verder achterop.

De beste remedie tegen een burn-out - en de daarop soms volgende depressie - is dus: lekker achterover leunen en alleen nog tijd besteden aan dingen waar je je lekker bij voelt. Dat is natuurlijk geen maatschappelijke oplossing die algemeen toepasbaar is, maar het is wel een wondermiddel. De kans dat ik met mijn huidige levensstijl tegen een burn-out aanloop, is namelijk net zo groot als de kans dat ik deze zomer malaria krijg van een mug uit mijn slaapkamer. Toen ik nog in loondienst was en fulltime werkte, zat ik er gevaarlijk dicht tegenaan, nu is dat gevaar in zijn geheel geweken. Het kost me dan ook moeite om burn-out een "ziekte" te noemen, want aan de genezing (of, beter nog, de preventie) komt geen enkel farmaceutisch bedrijf te pas.


In Amerika moeten mensen soms letterlijk al hun spaargeld aanspreken en hun huis verkopen om een medische behandeling te bekostigen (lees het boek Dat was het dan van Lionel Shriver), terwijl je omgekeerd je huis helemaal kunt aflossen om te voorkomen dat je in het medische circuit belandt met een burn-out. Stoppen met werken is voor de meeste mensen geen optie, omdat het onbetaalbaar is, maar het betekent wel stoppen met stressen. Zonder werk heb je geen last meer van filestress, werkstress, vergaderstress, deadlinestress, informatiestress en noem maar op, dus heel veel stressfactoren vallen in één klap weg (al is het maar om,dat je zonder werk ook niet bang meer hoeft te zijn je baan kwijt te raken).

Het is dus aan de ene kant helemaal geen praktische of pasklare oplossing, maar aan de andere kant is het een waterdichte remedie met een heel duidelijk oorzakelijk verband. Anders gezegd: als politieke partij kun je hier helemaal niets mee, maar als particulier kun je er je eigen conclusies uit trekken. Zo denk ik persoonlijk ook dat je van een burn-out veel sneller herstelt als de noodzaak om te reïntegreren er niet meer is en je ook kunt kiezen om een punt achter je carrière te zetten. Vorige week noemde Anna van Dalen het basisinkomen een "belegging in welbevinden" en daar kan ik vanuit mijn persoonlijke ervaring helemaal inkomen.

vrijdag 10 februari 2017

In één klap 30.000 euro afgelost op de hypotheek!

Februari is dit jaar een feestmaand, want dan loopt ons oudste stukje hypotheek af en daalt de nog openstaande woningschuld in één klap met 30.000 euro. Om dat te vieren gaan we gezellig uit eten en proberen we er niet aan te denken dat het een mijlpaal is met een bijsmaak. Als we de afgelopen jaren namelijk niet handmatig extra hadden afgelost, zouden we op 25 februari in de maag zijn blijven zitten met een restschuld van - schrik niet - 13.000 euro. In die zin zou je de levensverzekering die gekoppeld was aan onze "traditionele levenhypotheek" dus kunnen betitelen als woekerpolis, want op de einddatum bracht hij na dertig jaar ruim dertig procent te weinig op.


Om diezelfde reden schrijf ik in Hypotheekvrij! dat we er - zonder het te beseffen - feitelijk nog een aflossingsvrije hypotheek bij hadden. Toen we in 1986 een laatste adviesgesprek voerden met onze tussenpersoon, spiegelde deze ons voor dat de polis op de einddatum waarschijnlijk méér zou opbrengen dan de benodigde 40.840 euro. Onze levensverzekering was er eentje met winstdeling, dus na dertig jaar zou de premie niet alleen voldoende opbrengen om de hypotheek in één klap af te kunnen lossen maar naar alle waarschijnlijkheid ook nog winst opleveren. In werkelijkheid zaten we met een gapend gat in de begroting, want na de kredietcrisis was de winstdeling elk jaar nul.

Dat ontdekte ik echter pas, toen ik in oktober 2008 met mijn neus in de papieren dook en geconfronteerd werd met de toenmalige waarde van die polis. Naar alle waarschijnlijkheid zou die op de einddatum in 2017 - toen nog een kleine negen jaar in de toekomst - slechts 28.000 euro opleveren terwijl we er bijna 41.000 euro nodig hadden. Om dat gat te dichten, zou ik vanaf dat moment elke maand ongeveer 130 euro extra moeten aflossen, terwijl we ook nog een "echte" aflossingsvrije hypotheek hadden van ruim 65.000 euro die om aandacht schreeuwde. Dat tekort van 30% waarmee we in 2017 zouden worden geconfronteerd was dus een dure, maar vooral onverwachte tegenvaller.


In Hypotheekvrij! vraag ik me hardop af wanneer mijn tussenpersoon of mijn hypotheekverstrekker me op dat probleem zou attenderen. In 2008 hadden we nog ruim de tijd om het benodigde bedrag bij elkaar te sparen, maar in het ergste geval hadden we op de einddatum ineens ergens 13.000 euro vandaan moeten zien te halen. Een paar jaar geleden kreeg ik inderdaad een brief van de bank waarin we op dit probleem werden gewezen, maar toen had ik de hypotheekschuld al handmatig teruggebracht van 40.480 euro naar 29.925 euro. Ik wist dat dat niet genoeg zou zijn op de einddatum, maar wist ook dat we dan maximaal een paar duizend euro tekort zouden komen.

Er moeten heel veel huishoudens zijn in Nederland die zonder het te beseffen in een vergelijkbare situatie zitten doordat ze in dezelfde periode precies zo'n levenhypotheek hebben afgesloten of zich in een ander tijdperk een beleggingshypotheek aan hebben laten praten. Bij ons was de schade dan nog te overzien, maar wie op de einddatum 30% tekort komt op een bedrag van een ton, blijft met een schuld zitten van 30.000 euro die uit eigen middelen moet worden voldaan. Als die langverwachte aflosnota dan eindelijk in de bus valt, blijkt ineens dat je zelf ook nog een heleboel moet aflossen om echt hypotheekvrij te zijn


De echte einddatum is pas over ruim twee weken, maar vanmorgen heb ik alvast die ontbrekende 1990 euro overgemaakt, zodat mijn spaarsaldo in één klap gedaald is met een kleine 2000 euro en mijn hypotheek binnenkort met een kleine 30.000 euro. Zo bekeken is het helemaal geen slechte deal, vooral niet omdat het maandelijks niet alleen 106 euro aan bruto rente scheelt, maar ook 55 euro aan maandpremie. Zo stijgt onze koopkracht in één klap met 161 euro bruto per maand (al kun je net zo goed zeggen dat we voortaan 161 euro minder hoeven te verdienen) en is ons huis weer een stuk meer van onszelf geworden.

Helemaal hypotheekvrij zijn we daarmee overigens nog niet, want er resteert nu nog een stukje spaarhypotheek van 44.000 euro dat afloopt in maart 2020. Daar hebben we verder geen omkijken naar, al moet je er tegelijk niet te lang bij stilstaan dat we voor dat bescheiden bedrag een absurd hoge rente betalen zodat je het eigenlijk met een factor drie zou moeten vermenigvuldigen. Die hoge rente (die toen helemaal niet als hoog werd beschouwd) heeft als gevolg dat onze koopkracht over drie jaar pas écht spectaculair stijgt. Zelf ben ik vooral benieuwd of dat voelt als het bereiken van de finish of als een heel frisse start.

dinsdag 7 februari 2017

Vrouwen hebben groot gelijk met hun deeltijdbaan

Vorige week maakte het SCP bekend dat de voorliefde van vrouwen voor een deeltijdbaan in ons land hardnekkig is, zelfs als er nog helemaal geen kinderen in het spel zijn. Op basis van datzelfde onderzoek concludeerde mijn ene ochtendkrant dat de "emancipatie stagneert", terwijl mijn andere ochtendkrant zeker leek te weten dat vrouwen wel meer zouden willen werken maar daarbij door werkgevers stelselmatig worden tegengewerkt. Zo zie je maar weer eens hoe lastig het is om onderscheid te maken tussen fabels en feiten, want aan beide berichten valt het nodige af te dingen. Zo kun je je bijvoorbeeld afvragen waarom vrouwenemancipatie altijd en eeuwig wordt afgemeten aan arbeidsparticipatie. 


In De omgekeerde werkweek besteed ik maar liefst twee hoofdstukken aan dit onderwerp en ook in mijn nieuwe boek ontkom ik er niet aan. Zodra je gaat praten over minder werken, kom je automatisch terecht op het glibberige terrein van man/vrouw-verhoudingen en begeef je je als man al snel op glad ijs. Zo gebeurde het dat sommige (vrouwelijke) lezers zich prima konden vinden in mijn pleidooi voor een kortere werkweek, maar de nodige twijfels hadden bij mijn kijk op de verhoudingen tussen man en vrouw. Zelf hanteer ik namelijk een heel andere feministische meetlat dan de vraag hoeveel uren een vrouw precies werkt.

Zo wordt tot vervelens toe gehamerd op de noodzaak van economische zelfstandigheid bij vrouwen. Toen ik trouwde eindige 1 op de 4 huwelijken in een scheiding en inmiddels is dat gestegen tot 1 op de 3. Op basis van die cijfers kun je dus vaststellen dat het belangrijk is voor vrouwen om financieel zelfstandig te zijn, terwijl je er ook op kunt wijzen dat - als het om mijn generatie gaat - 3 op de 4 huwelijken standhoudt. Wie dus in de eerste plaats voltijds gaat werken om na een scheiding niet in de bijstand terecht te komen, loopt het risico dat hij (lees: zij) veertig jaar met een zwemvest rondloopt op een boot die nooit zinkt.


Dat aspect heeft dus niet zozeer te maken met emancipatie als wel met de typisch Nederlandse neiging je te willen verzekeren tegen alle vormen van tegenspoed en onheil. Natuurlijk is het geen onzin (want je kunt een heel boek vullen met verhalen van vrouwen die dolblij zijn dat ze na hun scheiding hun eigen broek konden ophouden), maar ik zou ook wel eens een interview willen lezen met vrouwen van een jaar of 65 die hun hele leven gewerkt hebben en nooit een beroep hebben hoeven doen op hun economische zelfstandigheid. Was dat nou echt de moeite waard of hebben ze een atoomschuilkelder aan laten leggen voor een nieuwe wereldoorlog die nog steeds niet is uitgebroken?

Zelf denk ik bij emancipatie in de eerste plaats aan keuzevrijheid en pleit ik voor een model waarbij mannen en vrouwen allebei even veel (lees: weinig) werken. Als de taken thuis dan ook nog eerlijk worden verdeeld, kun je vaststellen dat de vrouwenemancipatie zo ongeveer voltooid is en het glazen plafond misschien wel als mythe kan worden beschouwd. Zelf wilde ik (als man) ook helemaal niet hogerop en ben ik de laatste vier jaar van mijn werkzame bestaan met tegenzin chef redacteur geweest in plaats van redacteur. Om diezelfde reden moet je dus niet uitsluiten dat vrouwen een topleven veel belangrijker vinden dan een topfunctie.
   

Uit de column van Frank Kalshoven uit de krant van afgelopen zaterdag blijkt overduidelijk dat het bij de bezwaren tegen deeltijdwerk helemaal niet draait om emancipatie maar om economie. Fulltimers betalen niet alleen veel meer belasting, maar brengen indirect ook meer op via BTW en accijns. Tweeverdieners zullen daarnaast veel meer diensten uitbesteden en inkopen, zodat de rondpompmachine optimaal zijn werk doet en we allemaal maximaal bijdragen aan wat Dave Eggers hierboven de "nationale welvaart" noemt. Of je als burger genoeg opbrengt is in de meeste rekensommen dus belangrijker dan de vraagt wat al dat harde werken voor de individuele burger zelf oplevert.

Eggers is vooral bekend geworden door The Circle, maar heeft veel meer boeken op zijn naam staan die de moeite waard zijn. In Helden van de Grens uit 2016 kun je op pagina 49 lezen dat al dat gemekker over deeltijdbanen slechts het gevolg is van het feit dat we met z'n allen hebben afgesproken dat veertig uur de norm is. Bij een omgekeerde werkweek was het omgekeerde het geval en gold veertig uur werken als overwerk. Zo zie je dus dat je een maatschappelijk "probleem" kunt creëren door één enkele collectieve afspraak, terwijl je als maatschappij net zo goed zou kunnen afspreken dat het weekend voortaan vijf dagen duurt.

dinsdag 31 januari 2017

Beschouw ik mezelf als het braafste jongetje van de klas?

Toen ik vorige week op Twitter opmerkte dat ik het opmerkelijk vond dat jongeren het als "rebels" beschouwen om te roken en zichzelf in coma te zuipen, kreeg ik meteen de vraag teruggekaatst of ik vroeger soms het braafste jongetje van de klas was. Dat is bepaald niet zo, want op die leeftijd liep ik mee in protestdemonstraties en luisterde ik naar punkrock. Het versneld aflossen van je hypotheek had in mijn geval ook niks te maken met braafheid of groepsgedrag, maar juist met boosheid en eigenwijsheid. Mijn ervaring is dat je beter kunt luisteren naar je gevoel en je instinct kunt volgen, dan dat je blind vaart op adviseurs en je gedrag afstemt op dat van je leeftijdgenoten.


Meestal is er een reden waarom mensen gepikeerd reageren op een dergelijke opmerking op Twitter. Het kan zijn dat ze zichzelf aangesproken voelen, maar ook dat ze het beschouwen als een aanval op hun kinderen. Wat een dergelijke discussie extra lastig maakt, is dat ik het in mijn boeken heel vaak heb over mijn persoonlijke situatie, terwijl ik daarnaast ook op een afstandelijke en abstracte manier schrijf over maatschappelijke ontwikkelingen. In dit geval had ik het niet over mezelf of over mijn kinderen, maar wilde ik alleen maar vaststellen dat ik Bob Geldof veel rebelser vind (hoewel de Boomtown Rats een uitgesproken brave punkband was) dan zijn dochter Peaches (die op haar 25ste aan een overdosis overleed).

Het kan best dat jongeren zich afzetten tegen hun ouders of tegen goedbedoelde gezondheidsadviezen van de overheid door te roken en te drinken, maar met mijn definitie van rebellie heeft het niet veel te maken. Het valt me juist op dat scholieren er nog nooit zo uniform en onopvallend uit hebben gezien als tegenwoordig en hooguit een beetje afwijken als het gaat om de kleur van hun transportfiets. Ongezond leven is iets wat je op die leeftijd nog tamelijk ongestraft kunt doen, maar het is uiteindelijk een levensstijl waarmee je alleen jezelf treft en niet de maatschappij, de elite of het establishment.


Toen ik zestien was, luisterde ik naar punkrock, maar ik had ook een racefiets en dronk bij het uitgaan alleen chocomel. Wat ik daarmee wil zeggen is dat er in mijn leven niet eens zo veel veranderd is, maar ook dat je je als mens zo weinig mogelijk moet aantrekken van wat anderen van je vinden. Toen wij in 2008 gingen aflossen werd ik voor gek versleten, terwijl ik het nog steeds beschouw als een van de beste beslissingen uit mijn leven. Van een echte "beslissing" was zelfs niet eens sprake, want ik ben in eerste instantie alleen maar versneld gaan aflossen uit een soort algemene, en ook enigszins irrationele boosheid op banken.

Ik weet dus echt niet hoe je jongeren zou moeten benaderen om ze van het roken af te krijgen en richtte mijn tweet ook tegen niemand in het bijzonder. Wel zou ik iedereen willen adviseren om vooral zelf na te blijven denken en je eigen koers te varen. Sinds ik begonnen ben met het versneld aflossen van mijn hypotheek, beschouw ik mijn levensloop als een olietanker die na een ruk aan het stuur nog maar één kant op kan en zich zelfs een weg weet te banen door een dik pak ijs. Niet alleen zet je een sneeuwbaleffect in gang waarvan je in financieel opzicht profiteert, diezelfde sneeuwbal wordt vanzelf groter en stuitert ook een bepaalde kant op zonder dat je dat nog kunt sturen of stoppen.


Mijn oorspronkelijke boosheid richting banken is allang weggeëbd, maar vormde in het begin wel de belangrijkste drijfveer. Je moet niet onderschatten hoeveel energie je krijgt wanneer je het gevoel hebt dat je een vuist maakt en ergens vol tegenin gaat. Versneld aflossen is aan de ene kant een louter administratieve handeling, maar het is tegelijk een louterende vorm van gekanaliseerde agressie. Dat zal niet voor iedereen zo werken, maar ik kon een glimlach niet onderdrukken toen ik in De kanarie in de kolenmijn las dat financieel geograaf Ewald Engelen zijn huidige, vegetarische levensstijl beschouwt als een vuist tegen de voedingsindustrie en bij wijze van spreken bij elke hap even "fuck Unilever" denkt.

donderdag 26 januari 2017

Na de ramp spelen ras en geslacht geen enkele rol meer

In mijn volgende boek schrijf ik dat ik steeds vaker over mezelf spreek als journalist in de voltooid verleden tijd. Zo kan het gebeuren dat ik op een potentieel onderwerp stuit, maar absoluut geen zin heb het verder uit te diepen of er mensen voor te gaan interviewen. Soms duikt het dan alsnog op in een van mijn boeken, al is het maar als voetnoot of als voorbeeld. Maar soms is het te interessant om het helemaal te laten liggen. Zo bedacht ik pas tijdens het kijken naar het vijfde seizoen van The Walking Dead op dvd dat de overlevenden van de zombieramp geen enkel onderscheid meer maken tussen ras en geslacht. Je kunt ook zeggen dat ze het te druk hebben met overleven om zich over dat soort zaken nog druk te maken.


Let wel, ik heb niet de pretentie dat ik hier iets schokkends constateer of iets verrassends. Als ik inderdaad research zou gaan doen, dan is de kans groot dat ik op een artikel stuit waarin precies hetzelfde wordt vastgesteld (of juist precies het tegenovergestelde). In Het nieuwe nietsdoen noem ik deze serie al eens door te verwijzen naar het fragment waarin hoofdrolspeler Rick tegen andere overlevenden zegt dat er niks meer over is: "no phones, no internet". Blijkbaar verlangen we zó naar een wereld waarin we niet hoorndol worden van mailtjes, whatsappjes, verplichtingen, nieuwsberichten, feiten en meningen, dat we er zelfs een zombieplaag voor over hebben om er voorgoed van verlost te worden.

Wil je écht back to basics, dan kan dat het beste rond een kampvuur op een plek waar altijd iemand op wacht moet staan. Het leven in The Walking Dead is een strijd om te overleven en dat verklaart mede waarom er zoveel leven in het genre zit en de teller nu al op zeven seizoenen staat (plus een spin-off in de vorm van Fear The Walking Dead). Basisbehoeften bestaan hier vooral uit ingeblikt voedsel, wapens met voldoende munitie en auto's waar nog een druppel brandstof in zit en een accu die nog niet helemaal leeg is. Een dak boven je hoofd op een vaste plek is al een enorme luxe, want je bent nergens veilig en kunt niemand vertrouwen.


Hoewel die dreiging constant aanwezig is en ook volkomen geloofwaardig, draait het in deze serie in de eerste plaats om de dynamiek tussen de overlevenden. Daarbij gaat het om de machtsverhoudingen binnen de groep, maar ook om ontmoetingen met vreemdelingen die soms vredelievend zijn en vriendschappelijk, maar het net zo vaak op je voedselvoorraad hebben voorzien of letterlijk op je vléés. Na de ramp heerst anarchie en zie je pas echt wat er gebeurt als je het idee achter het televisieprogramma Utopia loslaat in een vijandige, volledig losgeslagen wereld zonder regels, zonder wetten, zonder structuur of infrastructuur en zonder ordehandhavers.

Het fascinerende is dat de grens tussen goed en kwaad flinterdun wordt (al is het alleen maar omdat je soms wordt gedwongen om iets slechts te doen met een goede reden) en iedereen gedwongen wordt te doden om zelf te overleven. Strikt genomen kun je "ondoden" natuurlijk niet doden, maar het vaak brute geweld laat zien dat we na de ramp zijn veranderd in een primitieve maatschappij waarin het recht van de sterkste geldt. Daarbij blijken ras en geslacht geen enkele rol meer te spelen, want iedereen is van even groot belang en iedereen is in principe een strijder of een schildwacht. Wie bang is of hulpeloos, heeft inmiddels al het loodje gelegd.


De makers zullen zich daar bij het casten natuurlijk van bewust zijn geweest, maar het slimme is juist dat het er helemaal niet dik bovenop ligt en zo volmaakt vanzelfsprekend is dat het niet eens hoeft te worden benoemd. Andere mensen zal het niet eens zijn opgevallen (of misschien juist al veel eerder), maar bij mij viel het kwartje zomaar opeens. Vanaf dat moment zat ik niet alleen maar te kijken naar een bloedstollend spannende serie, maar ook naar een gelijkgeschakelde wereld waarin genderneutrale toiletten overbodig zijn geworden en Sylvana Simons alleen nog meetelt als ze een beetje handig is met een machete.

Welke conclusies je hieraan moet verbinden, durf ik niet te zeggen. Wel kan ik je vertellen dat ik als witte vijftiger (aka boze blanke man van middelbare leeftijd) deze gang van zaken volledig accepteerde zonder als kijker ook maar een moment te letten op huidskleur of geslacht. Pas toen het me opviel zette ik een andere bril op, maar tot dat moment had ik er geen tel bij stil gestaan dat er in deze post-apocalyptische wereld geen plaats meer is voor seksisme of racisme. In plaats daarvan vond ik deze nieuwe orde volmaakt vanzelfsprekend en volstrekt natuurlijk. Misschien moet dus eerst de wereld waarin we leven grondig veranderen voordat we zelf echt wezenlijk veranderen.